Column

Wie oren heeft die hore

Heb je t al gehoord? Vandaag is het de Dag van het Gehoor. De meeste mensen horen goed. We horen de bel, een app, de brievenbus, de wekker. Je hoort wat vallen, wat aankomen, wat gezoem. Je verstaat je vriend, je hoort wat ie wel en niet zegt,…. Je gebruikt je oren non stop.

Het is moeilijk voor te stellen hoe het is als ons gehoor niet meer, of minder goed werkt. Toch zijn er in Nederland ruim anderhalf miljoen mensen die wat minder horen. Ken jij het aantal inwoners van je stad of dorp? Je zou het aantal kunnen delen door 10, om een indicatie te hebben van hoeveel slechthorenden er in je fysieke omgeving zijn.

De World Health Organisation (WHO) is een organisatie die meerdere gezondheidsaspecten op de agenda heeft gezet. Zo ook vandaag: International Ear Care Day. Door de WHO weten we dat 360 miljoen mensen aan gehoorproblemen lijden. Zij stellen dat 60% daarvan had voorkomen kunnen worden. Door er meer oor naar te hebben!?

Als tolk gebarentaal zie ik soms van dichtbij waar slechthorenden en doven tegenaanlopen. Vorige week tolkte ik nog op een uitvaart, een dove vrouw was onder een vuilniswagen gekomen. Was haar dit ook overkomen als ze horend was geweest?

Een ander geluid: onlangs kwam ik in aanraking met de Rotterdamse René. Pianist, vakleerkracht muziek, cabaretier en componist van beroep. Tot het jaar 2000, het jaar waarin hij plotsdoof werd. Een aantal personen in zijn (werk)omgeving leek zogezegd “doof’. Rene werd jarenlang van het kastje naar de muur gestuurd, werd maar niet gehoord. Maar… hij liet zijn oren er niet naar hangen! Rene Coenradie heeft inmiddels de mooiste autobiografische boeken geschreven, waarin hij onder andere beschrijft wel doof maar zeker niet ziek te zijn!

Velen van mijn dove vrienden roepen het ook: het zijn juist de mensen om ons heen die ons beperkt laten zijn!

In hoeverre zorg jij voor je oren, en voor hen die niet (goed) kunnen horen?

Ik ben benieuwd wie hier oren naar heeft.

Mond vol tanden

Met Lotte & Max kom ik regelmatig in kontakt met kinderen. De kinderen (maar ook ouders, docenten etc) krijgen gebaren aangeleerd, wat onder andere erg goed blijkt voor hun spraak-taalontwikkeling en motoriek. Duizenden kinderen hebben er al profijt van gehad, niet alleen dove kinderen of kinderen met een taalachterstand of een spraak-taalstoornis.

Deze week raakte ik, gewapend met pop Max, in gesprek met jongetje. Een gesprek dat ik niet snel zal vergeten. Ik sprak en gebaarde met hem, nadat hij een aantal weken op zijn school het lespakket had gevolgd. De vader van het jongetje was tandarts in deze regio, zo wist ik. Hij had me wel eens aan de tand gevoeld zegmaar. Vandaag droeg hij een kleurrijke broche, ongetwijfeld gemaakt door zijn zoon. ‘38’ stond erop. Ik vroeg het ventje of er vandaag al voor de feestneus was gezongen. De mond van het jongetje viel open en hij voelde direct aan zijn neus. Ik kon mezelf op dat moment wel voor het hoofd slaan. ‘Feest….-neus?” Dit soort figuurlijk taalgebruik was nu niet echt handig van me!  Had ik mn kaken nu maar op elkaar gehouden! Ik probeerde het gesprek snel te kantelen. “Hij heeft zoiets moois op zijn trui!?”  Het jochie keek trots: “Omdat papa vandaag harig is” was het antwoord. Ik durfde niet te lachen, maar kon een grijns niet onderdrukken. “Wat doet papa voor werk? vroeg ik daarom maar snel. “Hij heeft het vieste beroep van de hele wereld” antwoordde het jongetje. Ik bedacht me van alles, maar deed alsof ik nergens op kwam. “Hij is tandenborstel” klonk het. “Een harige tandenborstel’ zei zijn vader met een trotse blik die mij onmiddellijk deed glimlachen.

Niet veel later waren we de spullen aan het opruimen. Het jongetje kwam nog even langs met zijn juf. Hij wilde me nog wat geven. Ik pakte het wc-rolletje aan en zei: Een kadootje?  “Nee feestneus….” klonk het bijna belerende antwoord van de 9-jarige, …“Niet een tandenborstel, maar een wc-rol, díe heeft pas het vieste beroep van de wereld”.

Televisie

Een visie op (Tele-)visie

Er zijn televisieprogramma’s die goed scoren. Zij behalen forse kijkcijfers waar vooral de makers blij mee zijn. Gefeliciteerd (oa) Expeditie Robinson, Wie is de Mol, Heel Holland Bakt en Temptation Island. Maar…. Opvallend veel programma’s die goed scoren, hebben tegenwoordig van die ‘na-praat programma’s. Daarin kijken we terug op de uitzending en die gaan we dan eindeloos analyseren. Het liefst met bodemloze bronnen als surrogaat-experts). Hadden we vroeger spraakmakende talk-shows (die ik graag had willen tolken), tegenwoordig hebben we vooral Mol-talk, Temptation-Talk, Eilandpraat, en Smaakt naar meer. En dat laat ik het (eindeloze) voor- en na- en nog eens nabeschouwen bij sport maar voor wat het is.

Analyseren en napraten tot je erbij neervalt. Visie op visie op televisie. Ik vind deze vorm van uitmelken van succesvolle programma’s niet nodig. Alles voor de kijkcijfers, dát irriteert me. Straks komt er een ‘Luizenmoeder-na praat’. Luizen-geleuter. Met de openingstune van ‘Hallo allemaal …’, serieuze discussies over of Winterklaas toekomst heeft in Nederland of niet? Napraten met juffen uit het land? Een heuse Juf Ank look-a-like contest. Wie is de juf Ank van jullie school? Hoe ziet ouderparticipatie er op onze school uit? Traktatie-beleid? Wat vinden wij niet raar maar vooral heeeel byzonderrr? En dan natuurlijk weer oude- BN-ers uit t stof halen die dan spontaan hun mening alszijnde verbale diaree mogen uiten…. blehhh

Mijn visie: Zet de TV dan uit en praat na met de mensen om je heen of binnen je bereik zou ik denken. Oke, twitter t desnoods nog effe van je af.
Natuurlijk is het leuk als je op het werk een Wie is de Mol competitie hebt lopen. Dat is gezonde Mol talk wat mij betreft. Maar alsjeblieft geen tv over tv, maar de focus terug naar het dagelijks leven. Beide beentjes weer op de vloer, en hup de straat op. En dan? Heel Schelluinen Bakt, ik zie t wel zitten! De Rijdende Melkboer; Nol-talk…. Van der Stelt ipv Soof! Alleen ‘Adam zoekt Eva aan de Schelluinse Vliet’; nee… dat denk ik nog even niet….

Liefdesverklaring

Iedere tweede zondag in februari is het de dag van het huwelijk. Als tolk, maar zeker ook als kersvers trouwambtenaar moet ik daar iets over schrijven.  Hoe mooi is het als men elkaar de liefde verklaart, en daar getuige van te zijn. Toen ik vorige week bij Karin Bloemen het lied ‘Je t’aime’ (geschreven door Koen van Dijk) moest vertalen, zocht ik ter voorbereiding naar alternatieve uitspraken om iemand de liefde te verklaren.

“Ik hou van jou” blijft oprecht een prachtige liefdesverklaring. Al heeft t qua klanken best veel ou- of auw; In andere talen klinkt ‘t zoveel mooier. Maar goed, ik was op zoek naar alternatieven, niet naar nóg meer synoniemen in andere talen. Ik las ergens: “Wat kun je dat goed”, “Je bent mooi” of “Je maakt me blij”. Al deze zinnen klinken zo onschuldig, maar betekenen heel wat. Tegelijk dekken ze stuk voor stuk een andere oprechte lading. Toegegeven, een zin als “Ik ben trots op je” vind ik prachtig. Respect en waardering zijn erg belangrijk, binnen elke relatie.  “Ik vind het leuk dat je…” vind ik ook een mooie zin, maar smaakt toch naar Facebook. Een lieve, luchtige manier om te laten blijken dat je het naar je zin hebt met iemand.

Sóms zijn de woorden ‘ik hou van jou’ gewoon alles-dekkend, en soms zijn ze niet genoeg. Dekken ze de lading niet (meer) van wat je echt wilt zeggen of horen. Soms komen ze te vroeg, of zijn we er juist aan gewend geraakt, verwend misschien? Hebben we het zo vaak gezegd om op die manier duidelijk te maken dat het écht, ja maar dan echt écht zo is?

En toen…  kwam ik op internet een show tegen van Ronald Goedemondt. Hij kwam met een alternatief, of aanvulling. Ook een zinnetje van vier woorden, die hij zelf het liefste hoort bijvoorbeeld als hij bang, verdrietig of ziek is. Deze vier woorden luiden ‘ik blijf bij je’. Het raakte me diep.

Wat vind jij de mooiste woorden die iemand tegen je kan zeggen?

verliefd verloofd getrouwd

Tot over je oren

Deze week kreeg ik verschillende aanvragen om trouwambtenaar te zijn. Wat een eer! Hoe heerlijk is het om te zien als mensen tot over hun oren verliefd zijn. Byzonder mooi als mensen vervolgens hun handen ineen slaan en samen het leven (en alle bijbehorende zaken) willen delen.

Trouwen is altijd al heel belangrijk geweest in het leven. De originele reden achter het huwelijk is monogamie. Alhoewel de motieven om te trouwen in de loop der tijd wel veranderden: Het huwelijk heeft zijn oorsprong in de prehistorie. Als een man een vrouw van een andere stam wilde, dan kaapte hij haar, desnoods met geweld. De hulp van een vriend of een goede krijger werd ingeroepen alszijnde ‘de beste man’, wat we nu ‘getuige’ noemen.

In de Middeleeuwen werden de eerste echte huwelijken voltrokken, echter wel gearrangeerd. Ouders bepaalden met wie je trouwde. Hierbij speelden voornamelijk economische belangen. Er werd getrouwd om bezit zoals erfenissen of grond. Ook de stand, waar je woonde, en de godsdienst die je aanstaande had speelden een belangrijke rol. Heel romantisch,…not!
Pas in de 18e eeuw begon de liefde een steeds grotere rol te spelen. De persoonlijke partnerkeuze werd een sociaal ideaal en mensen werden steeds vaker aangemoedigd te trouwen uit liefde. De trouwdag zoals we die nu kennen berust op een vrijwillige keuze en is veelal een dag vol romantiek en liefde voor elkaar. ‘Echtgenoten’ is dus niet de verleden tijd van echt genieten!

Ik genoot deze week van het vertalen van de show “Volle Bloei” van Karin Bloemen. Wanneer ben je in de volle bloei van je leven? Als je jong bent? Of juist wanneer je in de herfst van je leven bent? Ik denk dat het voor alle seizoenen geldt.

In onze tuin kondigen de eerste tekenen van de lente zich nu al aan. Sneeuwklokjes en krokussen zoeken de zon. Nog even en het is zelfs alweer Valentijnsdag. Ik zou zeggen; versla de concurrentie en verklaar je liefde nu!

Perspectief

Vandaag, 28 januari, werd in 1917 de derde Elfstedentocht gereden. Grote namen die bij de tweede Elfstedentocht al hoge ogen gooiden, waren er ook nu weer bij: Coen de Koning, Gerlof van der Leij, Jan Ferwerda, Sjoerd Swierstra en anderen.

Nu, 101 jaar later, werd deze week bijvoorbeeld de zachtste 24 januari ooit gemeten. Wat een enorm verschil met toen! Niet eerder sinds het begin van de metingen in 1901 was het op deze dag zo warm. Had men destijds aan de rijders gevraagd hoe de wereld eruit zou zien over honderd jaar; dan denk ik niet dan ze dit hadden genoemd. Wat is er ongelooflijk veel veranderd in een eeuw tijd! Werkelijk op alle gebied heeft de tijd (letterlijk en figuurlijk) niet stilgestaan.

Hoe denkt u dat de wereld eruit zal zien over een eeuw?  In deze tijd vliegen toekomstvoorspellingen ons via de media om de oren. Over voetbal, over showbizz-relaties, de olieprijs enzovoorts. Zijn we verslaafd geraakt aan grip en voorspellingen? Maar zelfs mensen die van voorspellingen hun beroep hebben gemaakt blijken er bedroevend slecht in. Voor een paar euro kun je met een telefoontje via de landelijke televisie door deze wijze dames en heren je toekomst laten ‘lezen’.  Als je echter allerlei toekomstvoorspellingen plakt op een groot dartbord, vervolgens een chimpansee een dartpijltje geeft, is de kans even groot dat hij even goede ‘voorspellingen’ doet.  En eh…dan moet je die chimpansee nog wel eerst effetjes leren darten.

Blijkbaar hebben mensen er een hekel aan dat we niet weten hoe de toekomst eruit ziet. We kunnen slecht tegen onzekerheid. We denken alles te willen weten, tot we het weten. Zo was ik deze week in Hoogeveen. Mijn trouwe reismaat (van collega tot vriendin) kreeg bijvoorbeeld deze week haar uitslag. Ik was erbij toen de arts het vonnis uitsprak; alvleesklierkanker met uitzaaiingen in de lever. Ik vroeg me af of we wel hadden willen weten wat het toekomstperspectief is. Soms is het beter niet te weten wat je toch niet wist.

Beperkt

Doofgeboren, al oma, maar toch moest zij voor haar verzekering wederom een audiogram laten maken. Die beperking van beleidsmakers soms! In het Albert Schweitzer-ziekenhuis in Sliedrecht fronsten de arts en medisch secretaresse ook hun wenkbrauwen, met een mimiek waar menig gebarentolk jaloers op is.

Daar waar de audio-metrist en ik met onze vingers in onze oren zaten, bleek de vrouw nog altijd niets te horen. “Dover kan niet”.  Iemand in uniform wenste haar sterkte. Hoe goed bedoeld, maar t bleek tegen dovenmansoren gezegd. “…Sterkte?”  Ik merk het wel vaker. In de oren van sommige medici en technici klinkt doofheid als een beperking. Vanuit hun perceptie: oplossen, repareren! Terwijl doof-zijn veel vaker een culturele identiteit betreft. Een identiteit waar je trots op kunt zijn!  80% van de dove jonge kinderen krijgen tegenwoordig een Cochleair Implantaat. Pijnlijk als dit onbewust de boodschap bevat: “Nu hóór je er weer bij”.  Terwijl in een gebarende omgeving doven geenszins beperkt zijn!

“Wij” horen tussen de 0 en 120 hertz. Die 0 hertz is vergelijkbaar met een mug op een weegschaal. 120 hertz is dan te vergelijken met maar liefst 1000 walvissen op diezelfde schaal.  Met een CI hoor je ongeveer een paard qua gewicht. Ook met CI ben je in wezen nog doof.

Een bijzonder (en) begaafd KNO-arts stelde: “Waarom kunnen poezen over een schutting lopen en mensen niet? Poezen hebben een staart, zijn geoefend. In de ogen van de poes zijn mensen beperkt. Maar mis jij een staart? Waarom zou je? Waarom zou een doof iemand dan wél een CI nemen? Een CI is een hulp- en geen redmiddel. De kosten van een CI bedraagt circa € 70.000,-. Een gebarencursus, zoals bijvoorbeeld Rose Lindenhof deze in onze regio aanbiedt? Zo’n 200 euro… Met een opsomming van de voordelen van gebarentaal kan ik de krant vullen. Maar helaas, de ruimte is beperkt. Afgelopen week startte Rosé met Arie Slob in Noordeloos een cursus gebarentaal voor algemeen belangstellenden. Het enthousiasme van de deelnemers, af te lezen aan hun mimiek en lichaamshouding, is niet in woorden uit te drukken.

Snoek-duik

Ik voel me in ons dorpje als een vis in het water. Woon je in een stad soms als haringen in een ton, hier heb je nog een beetje de ruimte. Maar hoe klein het aantal inwoners ook is, ik ken er meer niet dan wel. Velen kennen elkaar bijvoorbeeld van school vroeger. Mijn schooltje stond echter in de Bliekenstad, qua vriendjes in t dorp viste ik daardoor wat achter t net.

Daar waar iedereen mij kent van tv, of als ‘die nieuwe trouwambtenaar’, ken ik de meesten alhier via onze kids of via de hond. Zo ken ik wat “baasjes van” en “ouders van”. En de ouders die ik niet op t schoolplein spreek, kom ik dan wel weer via een of andere groeps-app tegen. Tegenwoordig heb ik geloof ik meer contact met whatsappers dan met bijvoorbeeld mn buren…

Hoewel, van een van mn buurtjes krijg ik regelmatig een appje na aanleiding van de columns. Kortgeleden appte ze ter aanvulling: zien we je nog op de nieuwjaarsbijeenkomst? Ik had er inmiddels vier verschillende in mijn agenda staan, maar bij geen van deze bijeenkomsten had ik deze buuf verwacht. Maar wat bleek; buurvrouw Snoek ‘van verderop’ had een visje uitgegooid en via haar kerstkaart (geen app!) de gehele straat uitgenodigd voor een nieuwjaarsfuif. Beet!

Het was als een soort nieuwjaarsduik; een Snoek-duik !)
Inmiddels zijn er namelijk al aardig wat nieuwe gezichten in ons straatje bijgekomen. Aangevuld met de vertrouwde dino’s. Helemaal van nu, én aanwezig. Geenzins oud in doen en laten, maar ze woonden er al nog voordat ik bestond. Inspirerend hoe juist zij alle nieuwkomers welkom laten voelen en met elkaar verbinden met verhalen van toen.

Jammer dat ik bijtijds het fuifje moest verlaten, waardoor ik een enkeling ben misgelopen. En toch weet ik dat ze er waren. Hoe? Via de Langeweg-app. Want ook dat initiatief werd gelanceerd! Noem het bijvangst, maar handig is t wel! Zeker weten dat je op je buren terug kunt vallen, dát is pas Sociale Zekerheid.

Driekoningen

Feest der fabofielen

Vandaag is het Driekoningen. In onze regio zie je het niet of nauwelijks meer: kinderen die vandaag langs de deuren gaan. De een met een kroon op, de ander met een tulband om zn bolletje, en de derde met een zwart gemaakt gezicht.

Driekoningen, ooit een volksfeest, is in ons land zo goed als vergeten. Bijna iedereen kent het verhaal uit de bijbel, waarin de drie koningen Caspar, Balthasar en Melchior geleid door een byzondere ster bij het stalletje te Bethlehem komen. Aldaar zien ze het kindeke Jezus, en offeren hem goud, mirre en wierook. Een mooi tafereel, maar het meeste is er de loop der eeuwen bij verzonnen. Mattheüs, de énige evangelist die van de koningen vertelt, noemt niet eens hun namen, niet hun aantal, sterker nog, hij heeft het niet eens over ‘koningen’ ..   Fabuleus!

In veel Europese landen is het vandaag een feestdag. Men stopt vandaag een boontje, muntje of ring in een zogenaamde Driekoningentaart. Wie het stuk met de ‘boon’ krijgt, krijgt een kroontje op en is koning voor één dag. De koning van de dag mag bijvoorbeeld het menu bepalen.

Ik leerde deze traditie deze week pas kennen. Ik was in museum De Koperen Knop. Museum De Koperen Knop is een historisch museum in Hardinxveld-Giessendam, gevestigd in een vroeg 17-de Zeeuwse boerderij. Het toont de historie van het leven van streekbewoners in de Alblasserwaard. Aldaar kwam ik per toeval een oude museum-conservator tegen. Hij was er als toeschouwer aanwezig en herkende me van een klus bij Paleis het Loo. De man, een icoon op zijn vakgebied fluisterde me toe dat hij fabofiel was. En of ik soms zin had om zaterdag effetjes langs te komen…. Ik schrok me niet goed!

Schrikken bleek niet nodig: Faba is Latijn voor bonen. De bonen die in de Driekoningentaart worden gestopt, worden door sommige bakkers vervangen door een speciaal metalen of porseleinen figuurtje. Het verzamelen van die figuurtjes heeft zelfs een naam en heet: fabofilie.

Ik wens je een fabelachtig fabofielen-feest!

Oliedommen- en oliebollentest

In Jinek verdedigde hoofdredacteur Nijenhuis de AD- oliebollentest. Hij was samen met Jordy Bakker en diens zus Bianca (eigenaren van een oliebollenkraam), te gast in de talkshow. Zij kregen in 2016 een één, terwijl hun vader met hetzelfde recept een paar jaren eerder op de tweede plek eindigde. Er werd onder meer gediscussieerd over de manier van testen en over de teksten die door recensenten worden geschreven over de bollen. “We passen die teksten aan”, zei Nijenhuis. “Dat soort teksten komt niet meer in de krant. Die zijn verzonnen door iemand die de recensies schrijft. Ze hoeven niet te kwetsen.”
Ai…Ik smulde jaarlijks meer van de test dan van de vette vierkante mezen- eh oliebollen. Toen Bakker (alleen diens naam vond ik al smakelijk) nógmaals zijn punt wilde maken, maakte Nijenhuis de opmerking: “Ik zit bijna te denken: als je bakt zoals je praat, dan verbaast het me niet zo dat je als laatste bent geëindigd.” Daarop volgde een storm van kritiek. Maar: Ik weet niet of u het ook hebt gehoord: Bakker zei vlak daarvoor “Geen hond die er naar kraait”… Het moet gezegd, hoe sympathiek de bakker ook, dit was van hem een taalkundig misbakseltje. Echter, áls je ‘fan bent’, dan zijn dit soort uitspraken wél heerlijk!

Aan het betoog van de Bakkers was inderdaad geen speld vast te knopen. Ik heb me bont en blauw geërgerd; maar zij stonden inderdaad voor Jan met de korte L. Wel zullen ze er goede PR aan hebben overgehouden, dat kun je op je klompen natellen. Kijk, ik wil niemand doodslaan met een blije mus, maar het escaleerde volledig uit de hand bij Jinek. Jinek, die zeker geen blond dompje is, weet hoe ze een gesprek in goede banen moet lijden. Ik ken haar nog uit de tijd bij de NOS. Niet dat we bij elkaar over de deur kwamen, maar gewilligheid kent geen tijd. Tsja; wie niet waagt –blijft maagd.

Hartelijk gediskwalificeerd.

Load More