Column

1 april

1 april

In Duitsland heet het Narrendag, in de VS noemen ze het April Fools’ Day, de Fransen hebben het over April Vis en in Rusland heet het de Dag van de Dommerik. In Nederland houden we het gewoon op ‘1 april’. Een dag waarop je anderen via een practical joke, een hoax of een (flauwe) grap goedmoedig in de maling neemt.

Veel Nederlanders denken dat de oorsprong van deze grappendag te maken heeft met de strijd tegen de Spanjaarden in de Tachtigjarige oorlog: Op 1 april verloor Alva Den Briel.

Een andere gangbare theorie over de oorsprong van ‘1 april’ ligt bij de invoering van de Gregoriaanse waardoor nieuwjaar werd verplaatst naar 1 januari. Tot die tijd werd oud en nieuw gevierd tussen 25 maart en 1 april. Mensen die nieuwjaar op 1 april bleven vieren, werden in de maling genomen.

Echter: 1 april als grappendag is al veel ouder. Een grappendag rond 1 april voert ons uiteindelijk terug tot de Romeinen. Zij vierden ieder jaar het Hilaria-festival, waarbij mensen verkleed rondliepen en ‘hilarische’ grappen uithaalden met andere mensen.

De laatste decennia echter wordt 1 april door steeds meer media aangegrepen om mensen om de tuin te leiden. Ook op de redactie van het AD komen dan heel wat merkwaardige persberichten binnen. Ik ben blij dat het niet aan mij ter beoordeling is, je zult maar ‘nep-nieuws’ moeten onderscheiden van echt nieuws. Nou ja, nep-nieuws is ook nieuws.

Ik zelf ben dol op goeie 1 april grappen. Maar niet op slechte kantoorhumor, zogenaamd losse veters, groenkleurige amfibieën die plots op duistere plekken verkeren….  Zeer merkwaardig vind ik dat literaire wonderrijmpje ‘’1 april kikker in je bil’’. Ik vraag me al jaren af hoe deze onsuccesvolle zwemmertjes daar verzeild komen. Je zou zeggen dat je hem door zijn kwaakblaas toch wel hoort?  Daarbij: het is volgens mij zijn natuurlijke leefomgeving helemaal niet?!

Ik wil u waarschuwen. Kijk morgen extra uit. De leugen ligt op de loer. Trek vooral sandalen aan, kijk uit voor mensen zonder humor maar met verveling en vooral: kijk uit voor kikkers.

Diefstal

Een uur voordat de deuren werden geopend verzamelden de eerste kopers zich al bij het dorpshuis. Tientallen vrijwilligers waren die dag en de nacht in touw geweest voor de Schelluinse antiek- rommelmarkt. De opbrengst kwam geheel ten goede aan de kinderen van OBS Het Tweespan.

Vanuit de gehele regio hadden koopjesjagers zich verzameld. Zichtbaar kwamen sommigen van verder. De deur vloog om 9uur met een klap open. Mensen struikelden over elkaar heen en wisten niet hoe snel ze hun tassen moesten vullen. De Dwaze Dagen? Sommigen waren er zo druk mee, dat ze zelfs vergaten af te rekenen.

Natuurlijk is dit geen brutale diefstal. Om te zeggen dat ik letterlijk van mijn waarde was ontdaan, is overdreven, maar verontwaardigd was ik wel. Alles ging echt voor een prikkie weg! Zelfs kon je een bananendoos voor 5 euro kopen en die vullen zo vol als de deurposten het toelieten.

Een aantal boefjes heb ik op de foto gezet. Omdat ze mijn hart hadden gestolen. Het mannetje dat zo verliefd was op de drie waterkokers, dat ie denk ik zo gauw mogelijk weg wilde om ze thuis te tonen. Ik fotografeerde die kwetsbaar ogende, bleke jongedame die een paar mooie glaasjes niet kon laten staan. Of de flamboyante getinte vrouw die blijkbaar twee strijkijzers niet kon betalen. Als u dat eerlijk tegen me had gezegd, dan had ik over mijn zwarte hart gestreken. Op z’n minst had ik de prijs gehalveerd naar 1 euro per stuk.

Ik snap het ergens ook wel. Ook ik heb een periode gekend dat ik ieder dubbeltje moest afwegen. Geld, uitstapjes maar zelfs ook kilo’s en vrienden verdwijnen dan als sneeuw voor de zon. Dat laatste raakt dieper dan dat je niet eens geld had voor een vest of jas.  Het zijn tenslotte maar spullen. En blijkbaar alles wat je bezit, kan je verliezen.

Maar deze spullen waren door anderen geschonken, met als doel een mooi geldbedrag bij elkaar te sprokkelen voor bijvoorbeeld de kinderen waarvan de ouders geen schoolreisjes of sinterklaaskadootje kunnen betalen. Strijk dat maar eens glad.

Leuk is niet leuk

Voordat ik gebarentolk werd, werkte ik als psychotherapeut. Tussendoor deed ik een opleiding tot coach en communicatietrainer. Die opleidingen hebben me veel geleerd. Wat ik voel, denk, en hoe ik dat onder woorden zou moeten brengen. Hoe ik met passende overtuiging dingen kan zeggen of vertalen. Maar ook hoe je met veel omhaal heel erg veel kunt zeggen terwijl je inhoudelijk eigenlijk niks zegt.  In de praktijk is het er veelal juist niet makkelijker op geworden. Ik onthield bijvoorbeeld van een van mijn docenten dat je niet zomaar kan zeggen: “Ik vond het leuk.” Want, zo zei ze: “‘Leuk’ betekent niks.” ‘Leuk’ was dus fout.

Synoniemen noemen werd voor mij een sport. In plaats van ‘leuk’ werden dingen aangenaam, amusant, dolletjes, enig, gezellig, geinig, grappig, lollig, mieters, moppig, olijk, plezierig, vrolijk, prettig, tof of vermakelijk. Met als gevolg dat ik geen idee meer had wat ik nou eigenlijk vond.

Steeds weer wilde ik kunnen uitleggen waarom ik iets waardeerde (of niet). Altijd lag ‘leuk’ op het puntje van m’n tong. Met veel moeite deed ik pogingen om ‘leuk’ in m’n hoofd te vervangen door een woord met méér inhoud, om anderen maar tevreden te stellen. Het bedenken duurde steeds langer. Zolang…. dat mijn beurt alweer voorbij was.

Inmiddels ben ik vooral werkzaam als gebarentolk en trainer. Maar de opmerking van die docent ben ik nog steeds niet vergeten. Steeds weer word ik geconfronteerd met ‘leuk’. Ik doe mijn best om mijn mening te beargumenteren. Ik probeer door te vragen: “Waarom vind je het leuk? Wat bedoel je met leuk?” Ik kom er soms niet eens meer uit. Wat vind ik nou eigenlijk, waarom, en hoe zeg je dat. Eigenlijk is ‘leuk’ hierdoor niet meer leuk. ‘Leuk’ heeft afgedaan, want nooit meer is ‘leuk’ genoeg. Nooit meer is ‘leuk’ zomaar leuk.

Ik besprak het een tijd terug met mijn kinderen. “Leuk is gewoon als je iets op facebook zou liken”. Helemaal tof. Tot een doof kindje me vorige week vroeg waarom en wanneer horenden nou precies  ‘doodleuk’ en ‘leuk hoor’ zeggen. Nu was ík met stomheid geslagen….

NL-doet

9 en 10 maart NL-doet

Vandaag is de grootste vrijwilligersactie van Nederland. Vorig jaar deden er ruim 350 duizend vrijwilligers mee!

Vrijwilliger… Ik heb er altijd een beetje moeite mee. Niet met ‘t werk of de vrijwilliger zelf, maar met het woord!  In mijn beleving impliceert ‘vrijwilliger’ alsof al het andere werk onvrijwillig zou zijn. Het klinkt ook alsof je werk verzet wat eigenlijk niemand wil doen. Alsof je je een beetje opoffert? Terwijl een vrijwilliger volgens mij eerder een soort volwassen versie van een goede fee is!

Vrijwilligers; ik zoek nog naar een beter woord, zijn er volgens mij veel, maar nog altijd veel te weinig. Wat nou als alle vrijwilligers zouden gaan staken?

Dus; hoe zouden we meer ‘vrijwilligers’ kunnen ritselen? Ik denk dat het, om te beginnen, al erg zou helpen als de werkzaamheden wat flexibeler en persoonlijker zouden zijn. Dat je als vrijwilliger wordt gewaardeerd en het gevoel krijgt dat de mogelijkheden die je hebt optimaal worden benut (en niet uitgebuit). Dat je het gevoel krijgt ergens bij te horen en ook je steentje bij hebt kunnen of mogen dragen.

Bereidwillig is volgens mij bijna iedereen, maar wekelijks op móeten komen draven, of werk doen wat je in wezen niet ligt…  daar wordt niemand beter van. Kijk, ik stond ook niet echt te springen om enige luizenvader op school te worden. Ik ben dit jaar maar vrijwillig in de bibliotheek gaan zitten. Gaap. Maar toen ze me vroegen of ik volgende week veiligmeester op de Schelluinse antiek (rommel)markt wilde zijn… toen kon ik geen nee zeggen. Eenmaal… andermaal…!

Anderen sjouwen zich vandaag vrijwillig een bult met alle aan de straat gezette spulletjes. Weer anderen hadden zich een ander lot aangetrokken: in weer en wind lootjes verkopen. En dan zijn er straks nog een aantal oliebollen die vrijwilligers willen bakken.

Er is nog zoveel te doen! Kijk vandaag eens op de website van NL-doet. Zie je daar niks passends? Wend je tot mij! Ik zoek nog een vrijwilliger die helpt met column-opzetjes, administratie, boodschappen, was en strijk. Heb nog wat klusjes in huis en tuin,… noem maar op. Wedden dat ook jij je medemens intens gelukkig kunt maken?

Wie oren heeft die hore

Heb je t al gehoord? Vandaag is het de Dag van het Gehoor. De meeste mensen horen goed. We horen de bel, een app, de brievenbus, de wekker. Je hoort wat vallen, wat aankomen, wat gezoem. Je verstaat je vriend, je hoort wat ie wel en niet zegt,…. Je gebruikt je oren non stop.

Het is moeilijk voor te stellen hoe het is als ons gehoor niet meer, of minder goed werkt. Toch zijn er in Nederland ruim anderhalf miljoen mensen die wat minder horen. Ken jij het aantal inwoners van je stad of dorp? Je zou het aantal kunnen delen door 10, om een indicatie te hebben van hoeveel slechthorenden er in je fysieke omgeving zijn.

De World Health Organisation (WHO) is een organisatie die meerdere gezondheidsaspecten op de agenda heeft gezet. Zo ook vandaag: International Ear Care Day. Door de WHO weten we dat 360 miljoen mensen aan gehoorproblemen lijden. Zij stellen dat 60% daarvan had voorkomen kunnen worden. Door er meer oor naar te hebben!?

Als tolk gebarentaal zie ik soms van dichtbij waar slechthorenden en doven tegenaanlopen. Vorige week tolkte ik nog op een uitvaart, een dove vrouw was onder een vuilniswagen gekomen. Was haar dit ook overkomen als ze horend was geweest?

Een ander geluid: onlangs kwam ik in aanraking met de Rotterdamse René. Pianist, vakleerkracht muziek, cabaretier en componist van beroep. Tot het jaar 2000, het jaar waarin hij plotsdoof werd. Een aantal personen in zijn (werk)omgeving leek zogezegd “doof’. Rene werd jarenlang van het kastje naar de muur gestuurd, werd maar niet gehoord. Maar… hij liet zijn oren er niet naar hangen! Rene Coenradie heeft inmiddels de mooiste autobiografische boeken geschreven, waarin hij onder andere beschrijft wel doof maar zeker niet ziek te zijn!

Velen van mijn dove vrienden roepen het ook: het zijn juist de mensen om ons heen die ons beperkt laten zijn!

In hoeverre zorg jij voor je oren, en voor hen die niet (goed) kunnen horen?

Ik ben benieuwd wie hier oren naar heeft.

Mond vol tanden

Met Lotte & Max kom ik regelmatig in kontakt met kinderen. De kinderen (maar ook ouders, docenten etc) krijgen gebaren aangeleerd, wat onder andere erg goed blijkt voor hun spraak-taalontwikkeling en motoriek. Duizenden kinderen hebben er al profijt van gehad, niet alleen dove kinderen of kinderen met een taalachterstand of een spraak-taalstoornis.

Deze week raakte ik, gewapend met pop Max, in gesprek met jongetje. Een gesprek dat ik niet snel zal vergeten. Ik sprak en gebaarde met hem, nadat hij een aantal weken op zijn school het lespakket had gevolgd. De vader van het jongetje was tandarts in deze regio, zo wist ik. Hij had me wel eens aan de tand gevoeld zegmaar. Vandaag droeg hij een kleurrijke broche, ongetwijfeld gemaakt door zijn zoon. ‘38’ stond erop. Ik vroeg het ventje of er vandaag al voor de feestneus was gezongen. De mond van het jongetje viel open en hij voelde direct aan zijn neus. Ik kon mezelf op dat moment wel voor het hoofd slaan. ‘Feest….-neus?” Dit soort figuurlijk taalgebruik was nu niet echt handig van me!  Had ik mn kaken nu maar op elkaar gehouden! Ik probeerde het gesprek snel te kantelen. “Hij heeft zoiets moois op zijn trui!?”  Het jochie keek trots: “Omdat papa vandaag harig is” was het antwoord. Ik durfde niet te lachen, maar kon een grijns niet onderdrukken. “Wat doet papa voor werk? vroeg ik daarom maar snel. “Hij heeft het vieste beroep van de hele wereld” antwoordde het jongetje. Ik bedacht me van alles, maar deed alsof ik nergens op kwam. “Hij is tandenborstel” klonk het. “Een harige tandenborstel’ zei zijn vader met een trotse blik die mij onmiddellijk deed glimlachen.

Niet veel later waren we de spullen aan het opruimen. Het jongetje kwam nog even langs met zijn juf. Hij wilde me nog wat geven. Ik pakte het wc-rolletje aan en zei: Een kadootje?  “Nee feestneus….” klonk het bijna belerende antwoord van de 9-jarige, …“Niet een tandenborstel, maar een wc-rol, díe heeft pas het vieste beroep van de wereld”.

Televisie

Een visie op (Tele-)visie

Er zijn televisieprogramma’s die goed scoren. Zij behalen forse kijkcijfers waar vooral de makers blij mee zijn. Gefeliciteerd (oa) Expeditie Robinson, Wie is de Mol, Heel Holland Bakt en Temptation Island. Maar…. Opvallend veel programma’s die goed scoren, hebben tegenwoordig van die ‘na-praat programma’s. Daarin kijken we terug op de uitzending en die gaan we dan eindeloos analyseren. Het liefst met bodemloze bronnen als surrogaat-experts). Hadden we vroeger spraakmakende talk-shows (die ik graag had willen tolken), tegenwoordig hebben we vooral Mol-talk, Temptation-Talk, Eilandpraat, en Smaakt naar meer. En dat laat ik het (eindeloze) voor- en na- en nog eens nabeschouwen bij sport maar voor wat het is.

Analyseren en napraten tot je erbij neervalt. Visie op visie op televisie. Ik vind deze vorm van uitmelken van succesvolle programma’s niet nodig. Alles voor de kijkcijfers, dát irriteert me. Straks komt er een ‘Luizenmoeder-na praat’. Luizen-geleuter. Met de openingstune van ‘Hallo allemaal …’, serieuze discussies over of Winterklaas toekomst heeft in Nederland of niet? Napraten met juffen uit het land? Een heuse Juf Ank look-a-like contest. Wie is de juf Ank van jullie school? Hoe ziet ouderparticipatie er op onze school uit? Traktatie-beleid? Wat vinden wij niet raar maar vooral heeeel byzonderrr? En dan natuurlijk weer oude- BN-ers uit t stof halen die dan spontaan hun mening alszijnde verbale diaree mogen uiten…. blehhh

Mijn visie: Zet de TV dan uit en praat na met de mensen om je heen of binnen je bereik zou ik denken. Oke, twitter t desnoods nog effe van je af.
Natuurlijk is het leuk als je op het werk een Wie is de Mol competitie hebt lopen. Dat is gezonde Mol talk wat mij betreft. Maar alsjeblieft geen tv over tv, maar de focus terug naar het dagelijks leven. Beide beentjes weer op de vloer, en hup de straat op. En dan? Heel Schelluinen Bakt, ik zie t wel zitten! De Rijdende Melkboer; Nol-talk…. Van der Stelt ipv Soof! Alleen ‘Adam zoekt Eva aan de Schelluinse Vliet’; nee… dat denk ik nog even niet….

Liefdesverklaring

Iedere tweede zondag in februari is het de dag van het huwelijk. Als tolk, maar zeker ook als kersvers trouwambtenaar moet ik daar iets over schrijven.  Hoe mooi is het als men elkaar de liefde verklaart, en daar getuige van te zijn. Toen ik vorige week bij Karin Bloemen het lied ‘Je t’aime’ (geschreven door Koen van Dijk) moest vertalen, zocht ik ter voorbereiding naar alternatieve uitspraken om iemand de liefde te verklaren.

“Ik hou van jou” blijft oprecht een prachtige liefdesverklaring. Al heeft t qua klanken best veel ou- of auw; In andere talen klinkt ‘t zoveel mooier. Maar goed, ik was op zoek naar alternatieven, niet naar nóg meer synoniemen in andere talen. Ik las ergens: “Wat kun je dat goed”, “Je bent mooi” of “Je maakt me blij”. Al deze zinnen klinken zo onschuldig, maar betekenen heel wat. Tegelijk dekken ze stuk voor stuk een andere oprechte lading. Toegegeven, een zin als “Ik ben trots op je” vind ik prachtig. Respect en waardering zijn erg belangrijk, binnen elke relatie.  “Ik vind het leuk dat je…” vind ik ook een mooie zin, maar smaakt toch naar Facebook. Een lieve, luchtige manier om te laten blijken dat je het naar je zin hebt met iemand.

Sóms zijn de woorden ‘ik hou van jou’ gewoon alles-dekkend, en soms zijn ze niet genoeg. Dekken ze de lading niet (meer) van wat je echt wilt zeggen of horen. Soms komen ze te vroeg, of zijn we er juist aan gewend geraakt, verwend misschien? Hebben we het zo vaak gezegd om op die manier duidelijk te maken dat het écht, ja maar dan echt écht zo is?

En toen…  kwam ik op internet een show tegen van Ronald Goedemondt. Hij kwam met een alternatief, of aanvulling. Ook een zinnetje van vier woorden, die hij zelf het liefste hoort bijvoorbeeld als hij bang, verdrietig of ziek is. Deze vier woorden luiden ‘ik blijf bij je’. Het raakte me diep.

Wat vind jij de mooiste woorden die iemand tegen je kan zeggen?

verliefd verloofd getrouwd

Tot over je oren

Deze week kreeg ik verschillende aanvragen om trouwambtenaar te zijn. Wat een eer! Hoe heerlijk is het om te zien als mensen tot over hun oren verliefd zijn. Byzonder mooi als mensen vervolgens hun handen ineen slaan en samen het leven (en alle bijbehorende zaken) willen delen.

Trouwen is altijd al heel belangrijk geweest in het leven. De originele reden achter het huwelijk is monogamie. Alhoewel de motieven om te trouwen in de loop der tijd wel veranderden: Het huwelijk heeft zijn oorsprong in de prehistorie. Als een man een vrouw van een andere stam wilde, dan kaapte hij haar, desnoods met geweld. De hulp van een vriend of een goede krijger werd ingeroepen alszijnde ‘de beste man’, wat we nu ‘getuige’ noemen.

In de Middeleeuwen werden de eerste echte huwelijken voltrokken, echter wel gearrangeerd. Ouders bepaalden met wie je trouwde. Hierbij speelden voornamelijk economische belangen. Er werd getrouwd om bezit zoals erfenissen of grond. Ook de stand, waar je woonde, en de godsdienst die je aanstaande had speelden een belangrijke rol. Heel romantisch,…not!
Pas in de 18e eeuw begon de liefde een steeds grotere rol te spelen. De persoonlijke partnerkeuze werd een sociaal ideaal en mensen werden steeds vaker aangemoedigd te trouwen uit liefde. De trouwdag zoals we die nu kennen berust op een vrijwillige keuze en is veelal een dag vol romantiek en liefde voor elkaar. ‘Echtgenoten’ is dus niet de verleden tijd van echt genieten!

Ik genoot deze week van het vertalen van de show “Volle Bloei” van Karin Bloemen. Wanneer ben je in de volle bloei van je leven? Als je jong bent? Of juist wanneer je in de herfst van je leven bent? Ik denk dat het voor alle seizoenen geldt.

In onze tuin kondigen de eerste tekenen van de lente zich nu al aan. Sneeuwklokjes en krokussen zoeken de zon. Nog even en het is zelfs alweer Valentijnsdag. Ik zou zeggen; versla de concurrentie en verklaar je liefde nu!

Perspectief

Vandaag, 28 januari, werd in 1917 de derde Elfstedentocht gereden. Grote namen die bij de tweede Elfstedentocht al hoge ogen gooiden, waren er ook nu weer bij: Coen de Koning, Gerlof van der Leij, Jan Ferwerda, Sjoerd Swierstra en anderen.

Nu, 101 jaar later, werd deze week bijvoorbeeld de zachtste 24 januari ooit gemeten. Wat een enorm verschil met toen! Niet eerder sinds het begin van de metingen in 1901 was het op deze dag zo warm. Had men destijds aan de rijders gevraagd hoe de wereld eruit zou zien over honderd jaar; dan denk ik niet dan ze dit hadden genoemd. Wat is er ongelooflijk veel veranderd in een eeuw tijd! Werkelijk op alle gebied heeft de tijd (letterlijk en figuurlijk) niet stilgestaan.

Hoe denkt u dat de wereld eruit zal zien over een eeuw?  In deze tijd vliegen toekomstvoorspellingen ons via de media om de oren. Over voetbal, over showbizz-relaties, de olieprijs enzovoorts. Zijn we verslaafd geraakt aan grip en voorspellingen? Maar zelfs mensen die van voorspellingen hun beroep hebben gemaakt blijken er bedroevend slecht in. Voor een paar euro kun je met een telefoontje via de landelijke televisie door deze wijze dames en heren je toekomst laten ‘lezen’.  Als je echter allerlei toekomstvoorspellingen plakt op een groot dartbord, vervolgens een chimpansee een dartpijltje geeft, is de kans even groot dat hij even goede ‘voorspellingen’ doet.  En eh…dan moet je die chimpansee nog wel eerst effetjes leren darten.

Blijkbaar hebben mensen er een hekel aan dat we niet weten hoe de toekomst eruit ziet. We kunnen slecht tegen onzekerheid. We denken alles te willen weten, tot we het weten. Zo was ik deze week in Hoogeveen. Mijn trouwe reismaat (van collega tot vriendin) kreeg bijvoorbeeld deze week haar uitslag. Ik was erbij toen de arts het vonnis uitsprak; alvleesklierkanker met uitzaaiingen in de lever. Ik vroeg me af of we wel hadden willen weten wat het toekomstperspectief is. Soms is het beter niet te weten wat je toch niet wist.

Load More