Koppie, koppie

Ik hou van koffie. Ik bestel zelfs koffie-ijs bij Venezia op de Grote Markt. Het liefst begin ik ‘s morgens met een kop cappuccino en naar mate de dag verstrijkt drink ik m’n koffie graag steeds sterker. En dat doe ik expres-zo.

Koffie stamt van het woord qahwa af, dat ‘geeft sterkte’ betekent. Wanneer ik eigenlijk niet meer kon, hielp koffie me nogaal eens erdoorheen. Koffie heb ik leren drinken. Als kind had ik al een eigen koffie-kopje, maar bleek geen liefhebber. Later in mijn werk bij Buro Slachtofferhulp kreeg ik tijdens huisbezoeken soms ongevraagd koffie voorgeschoteld. Voor anderen zette ik zelf koffie, wanneer men net écht slecht nieuws had gehad.

Koffie is de smeerolie van zowel autoverkopers als hulpverleners. Er schuilt zowel iets behaaglijks als troost in zo’n bakkie. Zelfs in een koffie-verkeerd. Als gebarentolk drink ik mijn koffie te heet, of sterker nog: tevens te koud. Tegelijk met mijn eerste slok begint namelijk de conversatie die ik mag vertalen.

Het is trendy om even snel koffie te tanken bij een ‘To-go”. Niks voor mij. Hoewel het me vaak aan tijd ontbreekt, heb ik liever een koffie-moment. Even pas op de plaats. Echter zet ik zelf zelden koffie voor mij alleen. Ik heb een complete espressomachine, maar zonder gezelschap neem ik er de tijd niet voor of smaakt het me niet. Een slok koffie is tegenwoordig sowieso meer een beleving. Een modedrank van alle tijden, waarover je mag praten over de afdronk, het aroma, de boon, de crème laag, de machine waarin het gezet is. Daarbij zijn er tegenwoordig speciale koffiewinkels, coffee catering en baristas.

Een dove vriend van me overweegt zo’n koffie-winkel te beginnen. Het is koffiedik kijken, maar ik denk dat het rendabel wordt. Hoe zou u het vinden om door hem koffie of een -machine aangeprezen te krijgen? Waarschijnlijk in een kopje zonder oor.