Met een groep doven was ik vorige week op reis. Een hechte groep, die in meerdere opzichten met elkaar dezelfde taal spreken. Ze herkennen zich in elkaar en genieten van het samen zijn. Het was niet de eerste keer dat ik mee mocht om te tolken vanuit gebarentaal naar Engels en andersom. Echter wanneer een gids geen Engels, Duits of Frans sprak; draaiden de rollen zich soms om: dan redden de doven zich beter met handen en voeten dan ik, en tolkten zij juist voor mij!

Zo tolkte ik eerder in een tapijtweverij. Een oude wever vertelde hoe hij onder de indruk was van de groep doven. Het deed hem denken aan een cocon die hij jaren geleden had gevonden. Het betrof een bijzonder exemplaar. Hij had em mee naar huis genomen, mede omdat er reeds een kleine opening in de cocon was verschenen. Samen met zijn vrouw zag hij hoe de vlinder worstelde om zich door de kleine opening naar buiten te werken. De vlinder leek het niet meer aan te kunnen, waarop het echtpaartje had besloten om een schaartje te nemen en de rest van de cocon te openen. De vlinder zou zich vervolgens eenvoudig kunnen losmaken. Echter bleef zij met verfrommelde vleugels en een opgezwollen lichaampje over. Niet in staat om te vliegen en stierf daardoor een vroege dood. Wat de wever pas later in het werk ontdekte was dat een krappe cocon en de worsteling om door een nauwe opening naar buiten te kruipen, de nodige manier is om de lichaamsvloeistof van de vlinder in de vleugels te pompen. Als gevolg hiervan zijn vlinders uiteindelijk in staat om te kunnen vliegen.

De oude wijze wever liet me zien dat worstelingen soms exact datgene zijn wat we nodig hebben in het leven. Zonder obstakels zouden we nooit zo kunnen ontpoppen en uitvliegen.