column

Perspectief

Vandaag, 28 januari, werd in 1917 de derde Elfstedentocht gereden. Grote namen die bij de tweede Elfstedentocht al hoge ogen gooiden, waren er ook nu weer bij: Coen de Koning, Gerlof van der Leij, Jan Ferwerda, Sjoerd Swierstra en anderen.

Nu, 101 jaar later, werd deze week bijvoorbeeld de zachtste 24 januari ooit gemeten. Wat een enorm verschil met toen! Niet eerder sinds het begin van de metingen in 1901 was het op deze dag zo warm. Had men destijds aan de rijders gevraagd hoe de wereld eruit zou zien over honderd jaar; dan denk ik niet dan ze dit hadden genoemd. Wat is er ongelooflijk veel veranderd in een eeuw tijd! Werkelijk op alle gebied heeft de tijd (letterlijk en figuurlijk) niet stilgestaan.

Hoe denkt u dat de wereld eruit zal zien over een eeuw?  In deze tijd vliegen toekomstvoorspellingen ons via de media om de oren. Over voetbal, over showbizz-relaties, de olieprijs enzovoorts. Zijn we verslaafd geraakt aan grip en voorspellingen? Maar zelfs mensen die van voorspellingen hun beroep hebben gemaakt blijken er bedroevend slecht in. Voor een paar euro kun je met een telefoontje via de landelijke televisie door deze wijze dames en heren je toekomst laten ‘lezen’.  Als je echter allerlei toekomstvoorspellingen plakt op een groot dartbord, vervolgens een chimpansee een dartpijltje geeft, is de kans even groot dat hij even goede ‘voorspellingen’ doet.  En eh…dan moet je die chimpansee nog wel eerst effetjes leren darten.

Blijkbaar hebben mensen er een hekel aan dat we niet weten hoe de toekomst eruit ziet. We kunnen slecht tegen onzekerheid. We denken alles te willen weten, tot we het weten. Zo was ik deze week in Hoogeveen. Mijn trouwe reismaat (van collega tot vriendin) kreeg bijvoorbeeld deze week haar uitslag. Ik was erbij toen de arts het vonnis uitsprak; alvleesklierkanker met uitzaaiingen in de lever. Ik vroeg me af of we wel hadden willen weten wat het toekomstperspectief is. Soms is het beter niet te weten wat je toch niet wist.

Snoek-duik

Ik voel me in ons dorpje als een vis in het water. Woon je in een stad soms als haringen in een ton, hier heb je nog een beetje de ruimte. Maar hoe klein het aantal inwoners ook is, ik ken er meer niet dan wel. Velen kennen elkaar bijvoorbeeld van school vroeger. Mijn schooltje stond echter in de Bliekenstad, qua vriendjes in t dorp viste ik daardoor wat achter t net.

Daar waar iedereen mij kent van tv, of als ‘die nieuwe trouwambtenaar’, ken ik de meesten alhier via onze kids of via de hond. Zo ken ik wat “baasjes van” en “ouders van”. En de ouders die ik niet op t schoolplein spreek, kom ik dan wel weer via een of andere groeps-app tegen. Tegenwoordig heb ik geloof ik meer contact met whatsappers dan met bijvoorbeeld mn buren…

Hoewel, van een van mn buurtjes krijg ik regelmatig een appje na aanleiding van de columns. Kortgeleden appte ze ter aanvulling: zien we je nog op de nieuwjaarsbijeenkomst? Ik had er inmiddels vier verschillende in mijn agenda staan, maar bij geen van deze bijeenkomsten had ik deze buuf verwacht. Maar wat bleek; buurvrouw Snoek ‘van verderop’ had een visje uitgegooid en via haar kerstkaart (geen app!) de gehele straat uitgenodigd voor een nieuwjaarsfuif. Beet!

Het was als een soort nieuwjaarsduik; een Snoek-duik !)
Inmiddels zijn er namelijk al aardig wat nieuwe gezichten in ons straatje bijgekomen. Aangevuld met de vertrouwde dino’s. Helemaal van nu, én aanwezig. Geenzins oud in doen en laten, maar ze woonden er al nog voordat ik bestond. Inspirerend hoe juist zij alle nieuwkomers welkom laten voelen en met elkaar verbinden met verhalen van toen.

Jammer dat ik bijtijds het fuifje moest verlaten, waardoor ik een enkeling ben misgelopen. En toch weet ik dat ze er waren. Hoe? Via de Langeweg-app. Want ook dat initiatief werd gelanceerd! Noem het bijvangst, maar handig is t wel! Zeker weten dat je op je buren terug kunt vallen, dát is pas Sociale Zekerheid.

Driekoningen

Feest der fabofielen

Vandaag is het Driekoningen. In onze regio zie je het niet of nauwelijks meer: kinderen die vandaag langs de deuren gaan. De een met een kroon op, de ander met een tulband om zn bolletje, en de derde met een zwart gemaakt gezicht.

Driekoningen, ooit een volksfeest, is in ons land zo goed als vergeten. Bijna iedereen kent het verhaal uit de bijbel, waarin de drie koningen Caspar, Balthasar en Melchior geleid door een byzondere ster bij het stalletje te Bethlehem komen. Aldaar zien ze het kindeke Jezus, en offeren hem goud, mirre en wierook. Een mooi tafereel, maar het meeste is er de loop der eeuwen bij verzonnen. Mattheüs, de énige evangelist die van de koningen vertelt, noemt niet eens hun namen, niet hun aantal, sterker nog, hij heeft het niet eens over ‘koningen’ ..   Fabuleus!

In veel Europese landen is het vandaag een feestdag. Men stopt vandaag een boontje, muntje of ring in een zogenaamde Driekoningentaart. Wie het stuk met de ‘boon’ krijgt, krijgt een kroontje op en is koning voor één dag. De koning van de dag mag bijvoorbeeld het menu bepalen.

Ik leerde deze traditie deze week pas kennen. Ik was in museum De Koperen Knop. Museum De Koperen Knop is een historisch museum in Hardinxveld-Giessendam, gevestigd in een vroeg 17-de Zeeuwse boerderij. Het toont de historie van het leven van streekbewoners in de Alblasserwaard. Aldaar kwam ik per toeval een oude museum-conservator tegen. Hij was er als toeschouwer aanwezig en herkende me van een klus bij Paleis het Loo. De man, een icoon op zijn vakgebied fluisterde me toe dat hij fabofiel was. En of ik soms zin had om zaterdag effetjes langs te komen…. Ik schrok me niet goed!

Schrikken bleek niet nodig: Faba is Latijn voor bonen. De bonen die in de Driekoningentaart worden gestopt, worden door sommige bakkers vervangen door een speciaal metalen of porseleinen figuurtje. Het verzamelen van die figuurtjes heeft zelfs een naam en heet: fabofilie.

Ik wens je een fabelachtig fabofielen-feest!

Oliedommen- en oliebollentest

In Jinek verdedigde hoofdredacteur Nijenhuis de AD- oliebollentest. Hij was samen met Jordy Bakker en diens zus Bianca (eigenaren van een oliebollenkraam), te gast in de talkshow. Zij kregen in 2016 een één, terwijl hun vader met hetzelfde recept een paar jaren eerder op de tweede plek eindigde. Er werd onder meer gediscussieerd over de manier van testen en over de teksten die door recensenten worden geschreven over de bollen. “We passen die teksten aan”, zei Nijenhuis. “Dat soort teksten komt niet meer in de krant. Die zijn verzonnen door iemand die de recensies schrijft. Ze hoeven niet te kwetsen.”
Ai…Ik smulde jaarlijks meer van de test dan van de vette vierkante mezen- eh oliebollen. Toen Bakker (alleen diens naam vond ik al smakelijk) nógmaals zijn punt wilde maken, maakte Nijenhuis de opmerking: “Ik zit bijna te denken: als je bakt zoals je praat, dan verbaast het me niet zo dat je als laatste bent geëindigd.” Daarop volgde een storm van kritiek. Maar: Ik weet niet of u het ook hebt gehoord: Bakker zei vlak daarvoor “Geen hond die er naar kraait”… Het moet gezegd, hoe sympathiek de bakker ook, dit was van hem een taalkundig misbakseltje. Echter, áls je ‘fan bent’, dan zijn dit soort uitspraken wél heerlijk!

Aan het betoog van de Bakkers was inderdaad geen speld vast te knopen. Ik heb me bont en blauw geërgerd; maar zij stonden inderdaad voor Jan met de korte L. Wel zullen ze er goede PR aan hebben overgehouden, dat kun je op je klompen natellen. Kijk, ik wil niemand doodslaan met een blije mus, maar het escaleerde volledig uit de hand bij Jinek. Jinek, die zeker geen blond dompje is, weet hoe ze een gesprek in goede banen moet lijden. Ik ken haar nog uit de tijd bij de NOS. Niet dat we bij elkaar over de deur kwamen, maar gewilligheid kent geen tijd. Tsja; wie niet waagt –blijft maagd.

Hartelijk gediskwalificeerd.

Fleece Navidad

Foute kersttrui; Fleece Navidad

“Gaan Jozef en Maria zo mee, of wilt u ze in een tasje?” Ik scoorde in Sliedrecht nog net een kerststalletje voor ik Schelluinen weer binnen sjeesde. Aldaar sprak Veldhuizen tijdens het plaatselijke kerstconcert. Een man van deze tijd, duidelijk op de hoogte van het nieuws uit déze krant. Nounou, zei mijn buurvrouw te hard na het slotakkoord. Eerder sprak ze al haar verbazing uit: Niet in toga? Klopt; deze dominee sprak ieder letterlijk en figuurlijk aan, verbond 2000 jaar verleden met het heden. Dit alles nietsverhullend qua boodschap, zelf verhuld in een goedzittend maatpak met roze stropdas. <- Zo kan het ook -> Goedzittende strakke pakken en glitterjurken maken bij velen plaats voor een trui met een vette knipoog. De foute kersttrui als perfecte tegenhanger op de traditionele kerstkleding. Hoe fouter hoe beter. Met dit jaar als populaire nieuwkomer: letterlijk flitsende verlichting in je trui.

 

Maar waarom willen we zo graag massaal paraderen in een foute, gebreide sweater? Mogelijk om de volgende redenen:

-Nostalgie; Zo’n warme trui doet ons misschien wel denken aan de warme kerstdagen uit onze kindertijd.

-Net als in de film. De trui roept associaties op met hilarische scènes uit feelgoodmovies zoals Bridget Jones’s diary. Gevoel voor humor is sowieso misschien wel dé manier om deze dagen met (soms wel 4 paar schoon-)ouders door te komen.

– Cocoonen; Door de hectiek van de wereld van nu is er steeds meer behoefte aan gezelligheid. Samen genieten van spelletjes, samenzijn, sfeer en smikkelen. Haha, ben je nu pas net begonnen aan je goede voornemens, hoor je de kerstklokjes al weer klingelen. Volgens mij maakt zo’n trui dan vooral dat je je vrolijk vol kunt vr.. eh eten zonder dat je uit je pakkie knapt. Ideaal toch?!

Ik moet er een eind aan breien: Kerst-mis, daar is niks mis mee! En die trui? Och, des te fouter des te gaver het totaalplaatje. Zolang we onszelf maar niet te serieus nemen.

Synchroniciteit

Hij, doof, was nog maar nauwelijks de puberteit doorlopen toen ik hem tegen kwam. Ik kende niet veel meer dan drie gebaren, maar we werden op elkaars pad gebracht. Met handen en voeten probeerde ik contact te maken. De eerste stap was gezet. De eerste stap in een voor mij nieuwe wereld. De klik was er, maar elkaars taal moesten we nog leren spreken. Zijn ouders droegen daar hun steentje aan bij. Ik leerde de bouwstenen, en uiteindelijk volgde ik op zijn initiatie de tolkopleiding in gebarentaal. Een mooi vervolg op mijn opleiding tot therapeut en coach. “De beste taal is immers de taal die begrepen wordt”.

Nadat ik de tolkopleiding had afgerond, mocht ik voor hem aan de bak op zijn bouwkunde opleiding. Van het MBO naar het HBO. Och, de allereerste les ging het al mis, toen men het over ‘bestek’ had. Zoveel lol, zo ongekend veel geleerd. Meer dan een opleiding kan aanbieden. Zo kreeg ik ook mee hoe sommige horende docenten aanvankelijk niet om de doofheid heen konden denken. Dat ‘stukje’ kon nog wel eens zwaarder worden dan de vele examens. Maar waar een aantal waarschijnlijk geen rekening mee had gehouden was dat de Jongen zijn hele leven al getraind was om met tegenwind om te gaan. Het bracht hem verder dan wie ook.

Het beroep tolk bracht mij ook ver, waaronder bij het HL Institute of the Deaf in Jordanië. Ik leerde meer dan een taal die bruggen tussen doven, horenden, moslims en christenen slaat. Aldaar bleken zij op zoek naar een geschikte, visueel sterke en creatieve bouwkundige. Ik legde de contacten, drie keer raden wie er aldaar kwam afstuderen. Tijdens de afstudeerpresentatie in Nederland, terwijl in Jordanië de eerste paal geslagen werd, hield ik het nauwelijks droog.

Vorige week tolkte ik op de Dutch Architect Awards. Ik werd er uitgenodigd door Hoencamp Engineering. De Jongen is inmiddels een Man met een eigen goedlopende onderneming. Die als geen ander begrijpt dat een goede architect(uur) een taal spreekt zonder woorden.

Mensch

Ik ben jong ouderwets. Noem het retro. Ik ben echt niet de enige met allergie voor digitaliseren. Of eigenlijk: overdigitaliseren. Ik zie absoluut de meerwaarde van computer-technologie, maar loop aan tegen de beperkingen. Maar ja,…wie zich blijft vasthouden aan traditionele middelen, die ligt eruit!

Digitalisering lijkt letterlijk en figuurlijk onmenselijk. Automatisering is overal en ontwikkelingen volgen elkaar razendsnel op. Steeds meer apparaten zijn intelligent en nemen ons werk uit handen. Het is natuurlijk fijn als je sommige dingen ook digitaal kúnt regelen. Ik maak zelf bijvoorbeeld (net als de Sint) graag gebruik van listi.nl, hoeveel handiger is dat! BOL is handig, maar soms wil ik gewoon een boekverkoper spreken die met me meedenkt.

Echter bij zo vreselijk veel instanties moet je via websites inloggen en dingen invullen. Weer een keuzemenu, welke incompleet is, of welke ik weer eens niet begrijp. Bijlagen bijsturen, die dan weer niet het juiste formaat zouden hebben. Hoe dan?! Ik ben in staat om mn gehele laptop naar ze toe te sturen. Zoek het uit! Doe mij alsjeblieft een echt mens, die luistert en meedenkt. Oke dan, ik pak de telefoon. Weer allerlei bandjes en keuzemenu’s, die me natuuuuurlijk verwijzen naar die ellendige website (waar ik zelf weer alles moet uitzoeken) en hopla; eigenhandig wordt door de computer de telefonische verbinding verbroken. Ik moet verdorie expres verkeerde keuzes maken om toch een mensch van vlees en bloed te kunnen spreken!

Als tolk kom ik bij vele bedrijven en instanties. Ik zal geen reclame maken, maar ik ken een modern bedrijf hier in de regio die er toch bewust voor heeft gekozen om traditionele hospitality een prominente plek te geven. Bij binnenkomst een warm en persoonlijk welkom. De post wordt er ouderwets rondgebracht, evenals de koffie. Aanpassingsvermogen, overtuigingskracht, creativiteit en empathie; ik vind het niet terug in een computer. Het is het menselijke aspect dat het verschil maakt. Traditionele omgangsvormen, en ouderwets menselijk contact heeft wat mij betreft de toekomst!

Man

Man man man…! Dit weekend is het Mannendag. Vrouwen hebben een Dag, maar mannen ook! 19-11, een dag vol testosteron, bier en tie… eh… tierelantijntjes?

Eh nee; Op een serieuzere noot is Internationale Mannendag vooral bedoeld om de rol van gelijkheid van de man in de samenleving op de agenda te zetten. Ook mannen krijgen namelijk last van seksediscriminatie of seksueel geweld, #METOO. De Dag is daarnaast bedoeld om aandacht te vragen voor de gezondheid van het mannelijk lichaam.

Mannendag. Ménnn..Dat het nog bestaat! Ik wil niemand de zwartepiet toeschuiven, maar ik denk dat ook deze dag geen lang leven meer beschoren is. Alles verdwijnt! Zelfs de NS paste onlangs hun omroepbericht aan. “Dames en heren’ verdween voor genderneutraal taalgebruik.

Ik begeef me dus op glad ijs. Snel verder; Ja, wetenschappelijk bewezen zijn uiteraard nog wel de uiterlijke verschillen (maar met een paar goede ogen en gezond verstand heb je daar geen wetenschap voor nodig, hooguit wat meetinstrumenten) . Maar ook in de manier waarop onze hersens werken zijn structurele verschillen tussen mannen en vrouwen op te merken. Dramatisch zijn deze niet; twee vrouwen of twee mannen kunnen onderling meer van elkaar verschillen dan een willekeurige man van een willekeurige vrouw. Kijkend naar de grote menigte blijkt uiteindelijk dat mannen iets beter abstract kunnen denken en meer ruimtelijk inzicht hebben. Over het grote geheel genomen zijn mannen meer besluitvaardiger en visueel ingesteld. Verbaal en sociaal zijn mannen zwakker, ook als het gaat over zorgen. Vrouwen maken misschien meer zorgen, maar kunnen vooral ook beter zorgen.
Volgens mij zijn er maar twee verschillen tussen mannen en vrouwen. Ten eerste de fysieke verschillen, ten tweede hoe we in de spiegel kijken. Als een vrouw zichzelf in de spiegel ziet, ziet ze in gedachten 20 kilo meer. Als een man in de spiegel kijkt ziet hij 20 kilo minder.

Tsja….Hoe zou de wereld eruit zou zien als op termijn tegelijk met de Mannendag alle mannen verdwijnen? Ik voorzie een wereld vol dikke gelukkige vrouwen.

Sint Maarten

Maarten werd rond 316 in Savaria (Hongarije) geboren, als zoon van Romeinse ouders. Op jonge leeftijd werd hij soldaat en als 15-jarige trok hij naar Gallië. Op een zekere dag, in een koude winter, sneeuwde het hard. Bij de stadspoort zag Maarten een arme man zonder jas zitten. Hij stapte van zijn paard af en sneed met zijn zwaard zijn eigen mantel doormidden en gaf de arme man een helft tegen de kou. Het begin van Giro 555 vond hier zijn oorsprong. En van de partij voor de dieren, en de wapenwet.. maar dat terzijde.
Er doen zich verder vele verhalen de ronde wie de genoemde bedelaar was. Wie dat ook was, of hoe het ook zij, Maarten overleed op 11 november 397, vandaag 1620 jaar geleden. Nog altijd wordt deze dag het bekende lichtjesfeest gevierd.

De traditie van Sint Maarten, op de elfde van de elfde, luidt dat kinderen een lampion maken van papier, karton, een uitgeholde suikerbiet of pompoen met een kaarsje erin. Ik vind naar de Action ook traditioneel. ’s Avonds als het donker is in optocht langs de huizen, om deur aan deur liedjes te gaan zingen in ruil voor .een kleine attentie.

Attentie? Attentie! Das waar ook, ik moet nog wat naar de supermarkt. Aldaar sta ik weer in de jaarlijkse tweestrijd. Fruit of snoep. Of een ander weggevertje? Ik wil rekening houden met (vermeende) ADHD en allerlei andere bestaande etiketjes. Val ik ook voor de mallote traktatie- eisen die nu zelfs aan vierjarigen op school gesteld worden? Ik zie een generatie met diabetes, obesitas en jarenlange therapie aan mijn deur voorbij trekken…. Nou ja, als ze maar zoet en smaakvol zingen en dik van de schik mijn pad verlaten. Dus gooi ik wat zakken suiker, gelatine, arabische gom, kleur- smaak en zoetstoffen in mijn mandje. Om het geweten te sussen voeg ik er een paar netjes mandarijnen aan toe. En een nieuw batterijtje voor onze deurbel. Want vorig jaar bleef het verdacht stil…

Kermis

“Dan moet je wel een erg sterke maag hebben!”

Ze doelde op de poffertjes, plakkerige suikerspinnen en andere zoetigheden, niet de kermisattracties waar je werkelijk alle kanten op geslingerd kunt worden. Maar nee, zo extreem had Stuy de Haan het vroeger niet. Toen was t vooral gezellig. “Vroeger… “ was alles anders. Hoewel…; Nog steeds bezoeken we goktenten, zien we zingende vrouwen met baarden. En nog steeds laten we ons graag belazeren door een medium of paragnost, maar dan op tv. Nog steeds grijpt en graait iedereen er maar op los. Nu niet meer alleen in de kramen met grijpertjes, maar ook via tindr, grinder en andere datingapps. Vroeger was juist de kermis met al z’n kramen bij uitstek de plaats om ‘iemand’ toe ontmoeten. Er zullen vele huwelijken op de kermis hun oorsprong vinden. Wie weet met een ander kraamfeest tot gevolg.

In Gorcum is er nu kermis. Zwieren, zwaaien, griezelen, prijzen winnen, iets lekkers eten en opnieuw rondjes draaien. Ik tolkte deze week voor een oudere plotsdove vrouw, die zich de kermis vooral herinnerde als een bruisende ontmoetingsplaats en cultuurhistorische gebeurtenis. De keiharde muziek en die schreeuwerige omroepers hoorden daar bij. Geluidsoverlast? Nee, de omwonenden waren eerder trots op de jaarlijkse nabijheid van al die kramen. Heerlijk, al die herrie. Thuisgekomen bleven je oren nog urenlang nasuizen. Eh nee… haar doofheid vond hier niet zijn oorsprong.

Wat hier wel zijn oorsprong vond was haar huwelijk. Ze vertelde over de ouderwetse rupsbaan, een soort hobbelende carrousel. Aan het eind van de rit loeide een sirene. Alle wagentjes werden een minuut lang bedekt met een groot zeil. Tijdens die minuut van duisternis reed je samen met je vriendje of vriendinnetje in het pikkedonker. Als je geluk had hoorde je de tweede sirene, die aankondigde dat het daglicht er weer aankwam. Om vervolgens, braaf naast elkaar gezeten, handje in handje, duizelig de rit uit te zitten. En dan maar hopen dat je nadien niet van een koude kermis thuiskwam…

Load More