doof

Leuk is niet leuk

Voordat ik gebarentolk werd, werkte ik als psychotherapeut. Tussendoor deed ik een opleiding tot coach en communicatietrainer. Die opleidingen hebben me veel geleerd. Wat ik voel, denk, en hoe ik dat onder woorden zou moeten brengen. Hoe ik met passende overtuiging dingen kan zeggen of vertalen. Maar ook hoe je met veel omhaal heel erg veel kunt zeggen terwijl je inhoudelijk eigenlijk niks zegt.  In de praktijk is het er veelal juist niet makkelijker op geworden. Ik onthield bijvoorbeeld van een van mijn docenten dat je niet zomaar kan zeggen: “Ik vond het leuk.” Want, zo zei ze: “‘Leuk’ betekent niks.” ‘Leuk’ was dus fout.

Synoniemen noemen werd voor mij een sport. In plaats van ‘leuk’ werden dingen aangenaam, amusant, dolletjes, enig, gezellig, geinig, grappig, lollig, mieters, moppig, olijk, plezierig, vrolijk, prettig, tof of vermakelijk. Met als gevolg dat ik geen idee meer had wat ik nou eigenlijk vond.

Steeds weer wilde ik kunnen uitleggen waarom ik iets waardeerde (of niet). Altijd lag ‘leuk’ op het puntje van m’n tong. Met veel moeite deed ik pogingen om ‘leuk’ in m’n hoofd te vervangen door een woord met méér inhoud, om anderen maar tevreden te stellen. Het bedenken duurde steeds langer. Zolang…. dat mijn beurt alweer voorbij was.

Inmiddels ben ik vooral werkzaam als gebarentolk en trainer. Maar de opmerking van die docent ben ik nog steeds niet vergeten. Steeds weer word ik geconfronteerd met ‘leuk’. Ik doe mijn best om mijn mening te beargumenteren. Ik probeer door te vragen: “Waarom vind je het leuk? Wat bedoel je met leuk?” Ik kom er soms niet eens meer uit. Wat vind ik nou eigenlijk, waarom, en hoe zeg je dat. Eigenlijk is ‘leuk’ hierdoor niet meer leuk. ‘Leuk’ heeft afgedaan, want nooit meer is ‘leuk’ genoeg. Nooit meer is ‘leuk’ zomaar leuk.

Ik besprak het een tijd terug met mijn kinderen. “Leuk is gewoon als je iets op facebook zou liken”. Helemaal tof. Tot een doof kindje me vorige week vroeg waarom en wanneer horenden nou precies  ‘doodleuk’ en ‘leuk hoor’ zeggen. Nu was ík met stomheid geslagen….

Wie oren heeft die hore

Heb je t al gehoord? Vandaag is het de Dag van het Gehoor. De meeste mensen horen goed. We horen de bel, een app, de brievenbus, de wekker. Je hoort wat vallen, wat aankomen, wat gezoem. Je verstaat je vriend, je hoort wat ie wel en niet zegt,…. Je gebruikt je oren non stop.

Het is moeilijk voor te stellen hoe het is als ons gehoor niet meer, of minder goed werkt. Toch zijn er in Nederland ruim anderhalf miljoen mensen die wat minder horen. Ken jij het aantal inwoners van je stad of dorp? Je zou het aantal kunnen delen door 10, om een indicatie te hebben van hoeveel slechthorenden er in je fysieke omgeving zijn.

De World Health Organisation (WHO) is een organisatie die meerdere gezondheidsaspecten op de agenda heeft gezet. Zo ook vandaag: International Ear Care Day. Door de WHO weten we dat 360 miljoen mensen aan gehoorproblemen lijden. Zij stellen dat 60% daarvan had voorkomen kunnen worden. Door er meer oor naar te hebben!?

Als tolk gebarentaal zie ik soms van dichtbij waar slechthorenden en doven tegenaanlopen. Vorige week tolkte ik nog op een uitvaart, een dove vrouw was onder een vuilniswagen gekomen. Was haar dit ook overkomen als ze horend was geweest?

Een ander geluid: onlangs kwam ik in aanraking met de Rotterdamse René. Pianist, vakleerkracht muziek, cabaretier en componist van beroep. Tot het jaar 2000, het jaar waarin hij plotsdoof werd. Een aantal personen in zijn (werk)omgeving leek zogezegd “doof’. Rene werd jarenlang van het kastje naar de muur gestuurd, werd maar niet gehoord. Maar… hij liet zijn oren er niet naar hangen! Rene Coenradie heeft inmiddels de mooiste autobiografische boeken geschreven, waarin hij onder andere beschrijft wel doof maar zeker niet ziek te zijn!

Velen van mijn dove vrienden roepen het ook: het zijn juist de mensen om ons heen die ons beperkt laten zijn!

In hoeverre zorg jij voor je oren, en voor hen die niet (goed) kunnen horen?

Ik ben benieuwd wie hier oren naar heeft.

Gabriël Financiele Bescherming

EEN GESPREK MET GABRIËL FINANCIELE BESCHERMING

Ben je doof of slechthorend en wil je meer inzicht in je financiën? Dan helpen ze je bij Gabriël Financiele Bescherming graag op weg. Denk hierbij aan een hypotheek, pensioen of algemene toekomstplanning. Zij denken graag met je mee om jouw wensen en doelen te realiseren door middel van een goede planning. Als je advies wenst, dan ben je bij hen van harte welkom!

Financiën zijn voor veel mensen al ingewikkeld genoeg.  Bij Gabriël Financiele Bescherming realiseren ze zich maar al te goed dat het dan fijn is dat er advies in je eigen taal beschikbaar is. Zij werken nauw samen met gebarentolken en zorgen dat alles duidelijk voor je wordt. Ook helpen ze waar nodig mee om de vergoeding van de gebarentolk in orde te maken.

Wil je meer informatie of een afspraak? Neem dan contact met hen op.

Sinterklaas

Makkers staakt uw wild geraas!

Ik ben dol op deze sfeervolle tijd. Ik vind het idee achter het Sinterklaasjournaal subliem. Een kadootje vind ik alle suprises, compleet met de bijpassende geheimzinnigheid, ondeugd en gedichten. Herinneringen herleven.

Vorig jaar zat ik zelf, verstopt onder buffelhaar, op een paard. Samen met Niki. Ik een mijter, zij een veer. Ik was live getuige van de metamorfose van zwarte- naar roetveeg-piet. Was ze zo geschminkt? Nee.. maar de stortvloed aan lachtranen liet vele witte sporen na. Het droop er van af. De avond ervoor hadden we een BNN-programma bekeken, waarbij iemand openlijk vertelde over zijn zeer intieme relatie met een paard. En daar zat ik dan. Op een vijf-benig paard. Maar toen ik het paard besteeg, kwam ook de rest van het dier in opstand. In alle consternatie riep ik: Niek! Niek!! Help!!! Een mazzel hadden we: de meerderheid van de aanwezige kinderen was doof, want anders hadden we 45 tere kinderzieltjes en hun geloof in Sinterklaas naar de bliksem geholpen.
En dat is wel het laatste wat ik zou willen. Het Sinterklaasfeest heeft al genoeg onder vuur gelegen. Wat zou ik graag willen dat Sint voor iedereen weer ongecompliceerd is. Ik wil niemand de zwartepiet toeschuiven, maar elke gegronde associatie met slaven of slavendrijvers moet wat mij betreft uit de wereld. En daarmee de protesten dus ook. Ik erger me er groen en geel aan. Verruil zwarte en bruine verf voor goed-grijs; en klaar! Geen huidskleur maar onherkenbaar grijs; fantastische oplossing, als je het mij vraagt. Punt. Onze kinderen geloofden namelijk niet in de kleurenpieten. Ze vonden ze leuk hoor, maar “zo zie je er toch niet uit als je zo vaak door de schoorsteen bent geroetsjt?” Met roetvegen moet je bij hen ook niet aankomen. Want die man met die zwarte strepen is volgens mijn kinderen “gewoon die gekke meneer van de supermarkt-reclame!”

Nou ja….Als de pepernoten maar bruin blijven.

(h)oorpijn

Mn oren piepen. Het brandalarm ging onterecht af, het ging door merg en been. Het ding tot stilte bedwingen kon alleen als ik er aankwam. Maar hoe houd je je oren dicht, als je ook t apparaat van het dak wilt schroeven? Even dacht ik: was ik maar doof. Hoewel…  dan hoorde ik t ook niet als t alarm oprecht een waarschuwingssignaal zou geven!

Als je doof of slechthorend bent, hoor je wel meer niet dan alleen een (loos) alarm.

Horende mensen kunnen 0 tot 120 herz waarnemen. 0 Herz kun je vergelijken met een mug op een weegschaal; 120 herz met… maar liefst 1000 walvissen! Gezien vanuit een horende, is het dus een gi-gan-tisch verlies als je niet kunt horen.

Maar wat nou als iedereen kan gebaren en rekening houdt met elkaar?

Deze week was er in allerlei media veel aandacht voor de Gebarenchallenge. Een waanzinnig goed bedoeld initiatief, maar het stuitte sommigen ook tegen de borst. Tijdens de Gebarenchallenge krijgen deelnemers wekelijks een filmpje toegestuurd waarin je een aantal gebaren aangeleerd krijgt. Echter was niet duidelijk of deze gebaren dan aangeleerd worden door een erkend docent. Daarbij is er een groot onderscheid tussen de Nederlandse Gebarentaal (een taal met een geheel eigen grammatica), of het ‘gewoon’ gesproken Nederlands, ondersteund met een aantal gebaren. Met een (fiks) handjevol gebaren, beheers je natuurlijk nog geen taal. Maar voor degenen die afhankelijk zijn van bijvoorbeeld liplezen, is het o zo steunend als iemand er ook ondersteunende gebaren bij maakt.

Ik vergelijk het wel eens met een taal als Engels. Als je als Nederlander zoveel mogelijk Engelse woorden gebruikt terwijl je met een Engelsman spreekt, zal dat de communicatie kunnen helpen.

Maar ja; Stel dat je een beperkt aantal Engelse woorden aangeleerd krijgt door iemand die zelf die taal niet machtig is… En dat je alles dan ook nog op een Nederlandse manier en met de Nederlandse zinsvolgorde uitspreekt…  voor een echte Engelsman is dat niet aan te horen! Want taal, identiteit en cultuur zijn nauw met elkaar verweven. Dat hoort.