gebarentolk

Dans

Mark Twain schreef ooit eens:

Sing like no one’s listening, 

love like you’ve never been hurt, 

dance like nobody’s watching, 

and live like it’s heaven on earth.

Vandaag, 23 juni, geven de leerlingen van Balletschool Papillon hun eindpresentatie. Zoals ieder jaar beloofd dat weer een spektakel te worden, waarbij werkelijk iedereen met vrolijk gevoel de zaal verlaat. Ditmaal vind de voorstelling plaats in Sporthal De Oosterbliek in Gorinchem. Kom ook!

Musical, dans, toneel.. van alles is bij Papillon te volgen. Ik volg hen op de voet. De naam Papillon is volgens mij fantastisch gekozen. Vele kinderen, waaronder onze dochter, mochten zich onder de bezielende leiding van Birgitta Jansen ontpoppen en hun kwetsbare vleugels uitslaan. Stapje voor stapje leerden ze, werd hun fladderen vliegen. Het is dat ik me zo moeilijk kan overgeven, laat mij nog maar even cocoonen, maar door Birgitta’s professionele, gedreven benadering krijg ik oprecht zin om mee te doen! 

‘Dance is the hidden language of the soul of the body’ zei iemand ooit eens. Nou, lekker dan. Ik kan namelijk pas echt dansen als mijn hoofd leeg is. Nu zit mijn hoofd nog te vol. Niet met snot of puistjes, maar mijn hoofd zit bomvol met allerlei informatie, to-do-lists en ander gepieker. Daarbij; Ik ben me veel te bewust van mijn omgeving. En van mijn lichaam, dat juist op die momenten plotseling net zo stijf, zwaar en vormeloos aanvoelt als was het een betonplaat. 

En… -ik heb liever niet dat u dit leest- …daarbij durf ik gewoon niet zo goed. Hoor ik stemmetjes van vroeger. Breekt het zweet me uit, weet ik niet wat ik moet doen. Raak ik me veel teveel bewust van dat ik zelf deze aandacht genereer. En dat hoort niet. Wat zou ik dit graag willen overwinnen. Het lijkt me zo bevrijdend wel te kunnen dansen, zonder dat het mij kan schelen wat een ander er van denkt of vindt. Zweven! Van het idee alleen al maakt mn hart een vreugdedansje. Nu m’n voeten nog.

Verhit

Het is nog geen zomer, dat lijkt het wel. Ons klimaat verandert doordat de temperatuur op aarde stijgt. Oorzaak daarvan is dat er steeds meer broeikasgassen zoals CO2 in de lucht komen. Er zit nu 40 procent meer CO2 in de lucht dan een paar eeuwen geleden. Het is gemiddeld 1,4 graden warmer dan 140 jaar geleden. Wetenschappers zijn het erover eens dat de mens grotendeels verantwoordelijk is voor de opwarming van de aarde. Onder andere al ons plastic afval zorgt voor zoveel (dieren)leed. Ik raak wat verhit, maar wat maken we er met zn allen een enorme (plastic) soep van!! De mens gooit afval zomaar op straat en in zee, alsof het onze eigen achtertuin is. Heb je al eens die filmpjes op internet bekeken? Arme dieren. En: daar  zijn wij mensen zelf de oorzaak maar uiteindelijk ook de dupe van! 

Afgelopen week was het ook broeierig warm. Normaliter heb ik daar niet zo’n last van, ik vind het wel gezond om je een beetje in het zweet te werken. Bij de opdrachten van deze week voelde ik me als een vis in het water, maar ik kon bijna zwemmen in het zweet. Zo tolkte ik begin deze week een sollicitatie en een uitvaart, mijn pak en overhemd kon daarna naar de stomerij.

Halverwege de week een televisie-optreden, een door de zon opgewarmde studio met binnen de nodige broei-lampen. Allemaal prima, maar…weer naar de stomerij. Met deze temperaturen lijkt het wel alsof alle kleding van plastic is gemaakt! 

Gisteren mocht ik een huwelijk sluiten als trouwambtenaar in onze eigen regio. Warme woorden voor een schoon stel. Echter de toga voorzag mij van een plaatselijk broeikas-effect. Kees van den Boomgaard, van stomerij Claudinette, nam ook dit keer weer alles met een brede glimlach aan. Steevast zorgt hij binnen een paar dagen voor een schoon en gladgestreken resultaat. 

Alleen de oorzaak van de hitte, onze vervuiling, lijkt door ons mensen niet te kunnen worden gladgestreken. Wat maken we er een soep van. Ik heb er schoon genoeg van!

ABC; van Els tot Laura

ABC diploma

Terwijl ik dit schrijf, duiken de kids het zwembad in. Ook diploma C is binnen! Ik zie ons nog bij het Caribabad binnenkomen. Bibberende kinderen, maar niet van de kou. Tegelijk: zweetdruppels van angst én de tropische temperatuur. 

Menig ouder dook tijdens zwemles in zijn smartphone. Ook ik zelf heb soms de minuten afgeteld. Wat een verstikkende hitte, of was het de bemoeizucht van bepaalde ouders? De commando’s van hen en een enkele juf vlogen me soms om de oren. Ik miste alleen nog de legergroene outfits. Vervolgens de wanhopige blikken van hun kindertjes: “doe ik het zo naar je zin?” 

Eigenlijk begon het al bij de kassa’s. Wat een vermogen moet je neertellen om je kind zwemmen te leren. Alleen diploma A, zelfs aangevuld met B is tegenwoordig niet meer genoeg. ABC -of je doet niet meer mee. Ik heb me vaak afgevraagd of minder vermogende ouders dit allemaal wel kunnen betalen. Op een ander vlak leek die ene kassiere ook wat minder vermogend. Had ze haar dienstjaren er nog steeds niet opzitten? Wat een strijd om twee zowat evenoude kinderen, voor hetzelfde niveau, tegelijkertijd ingeroosterd te krijgen… 

Eenmaal de generaal met mineur-stemming gepasseerd, was het dringen voor de deur van de kleedkamers. In colonne opstellen. Dames en heren gescheiden. De opa van Thijs, de schoonzus van Theo, collega Lindsay en ook de vroegere buurtjes zal ik er missen. En dan was daar destijds allereerst het warme bad van juf Els. Ze had wel wat weg van Erica Terpstra. Wat een KANJER. De slag waarmee Els zwemles gaf, verdient wat mij betreft een olympische medaille.

Juf Laura was de grand finale. Een gedeelde eerste plaats wat mij betreft. Geen commando’s, geen geschreeuw. De vredigheid en vrolijkheid spatte er van af. Gepaste uitdaging, en niemand had het gevoel kopje onder te gaan. Met liefde en een lach verzorgde Laura haar lessen. Aandacht voor elk karakter. Geen commando’s als was het oorlog, nee: een grote Golf geduld. ABC? In plaats van A tot Z: van Els tot Laura! 

Oeps wegwezen! Naast me hoor ik: “Papa!!!…. BOMMETJEE!!”

België

Shit

Men vraagt mij vaak of gebarentaal internationaal is. Dat is het niet. Ook gebarentaal is net als gesproken talen een levende taal, en ontstaat op diverse plekken waar mensen samen komen en communiceren. 

Zodoende kan ik als gebarentolk niet zomaar tolk worden in een ander land. Sowieso vereist interpratatie en vertaling veel zorgvuldigheid. Voor je het weet, maak je een misser. Zelfs in België zou ik mijn werk niet klakkeloos kunnen doen. 

Het mes snijdt aan twee kanten, betekent in Belgie bijvoorbeeld dat ergens ook negatieve kanten aan zitten. Je moet het maar weten. Met een sisser aflopen, betekent in Belgie juist dat iets teleurstellend is afgelopen, (nagenoeg) is mislukt.

Ooit was ik op een bruiloft in Belgie. Dit keer niet als tolk, ook niet als trouwambtenaar, maar gewoon als gast. Gelukkig waren we op tijd aangereden (aangekomen met de auto).  Bij binnenkomst werd al gevraagd of ik me aangeboden had. Huh? O, of ik me gemeld had,… Ik hoefde daardoor niet op de betalende parkeerplaats. Jaja..? 

De bruid had een schoon kleedje aan (een mooie jurk). De ambtenaar was niet altijd even goed te verstaan, vanwege zijn snotvalling (verkoudheid). In de speech werd er gesproken over ‘een kindje kopen’, (een kindje krijgen’ zouden wij zeggen). Gelukkig kreeg ik uitleg van een van de kozijnen. ‘Kozijnen’ zijn neven en nichten. Die kende ik nog niet. Ja hen wel, maar de uitdrukking niet! Niet veel later klonk er applaus omdat de bruid ‘vol zat’. Ze was zwanger.

De bruidegom bleek ervan te houden om met iemands voeten te spelen. Het bleek echter ‘iemand voor de gek houden’ te betekenen. Gelukkig was hij geen scheefpoeper (vreemdganger)! Samen met zijn vrouw werkten ze hard van s morgens vroeg tot s avonds laat, want er moest immers zaad in het bakje komen (brood op de plank).  

Na de plechtigheid moest er een foto ‘getrokken’. ‘Stil sprak’ een tante me toe dat de broodmagere fotograaf een ‘dikke nek had’. Tante vond dus dat hij praatjes had. Inmiddels moest ik naar het toilet. Ik hóóp dat u wel weet dat ‘poepen’ in het Vlaams iets héél anders betekent? Ik wist het niet. Shit.

Zorgen

Wat loop jie toch hard! Jie liekn wel n verpleegster!

Vandaag is de Internationale Dag van de Verpleging. Wanneer je gezond van lijf en leden bent, maak je je waarschijnlijk geen zorgen om dit soort thema’s. Hooguit wanneer je vergelijkingssites opzoekt om te kijken welke verzekeraar het goedkoopst zou zijn. Verder lijkt het een ver-van-ons-bed-show. Voor de meesten althans. Ik vraag me wel eens af hoeveel politici en managers zelf hun (groot)ouders eten geven, wassen (en niet alleen kleding), boodschappen doen, een rondje met hen wandelen…

Maar goed, ik ben ook niet Roomser dan de paus. Zo’n beetje om de week bezoeken we ons omaatje in de Judith Leysterhof. Dan doen we wel. En wat heeft ze het daar goed! Persoonlijke aandacht heeft ze haar hele leven uitgedeeld, nu krijgt zij die. Hier lijkt ze op haar plek. In de herfst van haar leven woont ze op de grond van de Burgemeester De Boerstichting, waar haar grote liefde ooit zijn sporen verdiende als huismeester en manusje van alles.

Vroeger waren zij zelf degenen die overal wat wilden en konden betekenen. Werkten steevast en keihard minimaal een dag in de week bij hun dochter. In het huis, om het huis. Had haar schoonmoeder in huis, zorgde voor een gehandicapt nichtje. Een oudtante werd bezocht, zieke vriendinnen geholpen. Strijkje doen bij ons, soepje uitdelen bij de buurtjes, en zolang t kon zelfs nog oppassen op haar twee achterkleinkinderen…

Oma stamt nog uit een generatie waarin het normaal was om te kijken naar elkaar. Ze sprong dagelijks en overal bij. Het was dat Roodkapje haar voor was, want anders was mijn oma degene die mantelzorg uit heeft gevonden. De individualisering in de samenleving heeft haar tijd echter ingehaald. Nog eventjes en er komt een ‘doe-het-zelf’- afdeling in het verpleeghuis.

In de tijd van toen zorgde je, en maakte met anderen ‘gewoon een praatje’. Nu wordt er vooral gepraat over de zorg. Bij oma zelf is communicatie stukje bij beetje weggevallen, maar haar kraaloogjes verraden dat ze het verrassend genoeg nog best naar haar zin heeft.

Maar als oma het kon, dan zou ze een ontbijtje voor de verpleging maken en vragen hoe het met hén ging.

Vrijheid

Op 5 mei vieren we dat we in 1945 bevrijd zijn van de Duitse bezetting in Europa en de Japanse bezetting in Azië. Vrijheid! We vieren dat we sindsdien in het Koninkrijk der Nederlanden vrij zijn van oorlog en onderdrukking. Daarnaast is 5 mei ook een dag om ons te bezinnen op het belang van vrijheid en om ons te realiseren dat vrijheid kwetsbaar is.

Voor deze vrijheid hebben velen gevochten en zelfs hun leven gegeven. Het einde van de Tweede Wereldoorlog betekende echter niet dat er een einde kwam aan oorlog in de wereld. Nog dagelijks lijden mensen onder gewapende conflicten en de schending van mensenrechten. Op veel plaatsen ter wereld moeten mensen dagelijks vechten voor hun bestaan. 5 mei is daarom ook de dag waarop we ons bezinnen op onvrijheid elders in de wereld.

Bijna steevast tolk ik op dit soort dagen bijbehorende indrukwekkende bijeenkomsten. Keer op keer word ik geraakt door de verhalen die ik mag vertalen. Persoonlijke verhalen maken de geschiedenis aanraakbaar, het abstracte invoelbaar. Deze verhalen moeten worden doorverteld. En verhalen zijn er, je zou er boekenkisten mee kunnen vullen.

Maar verhalen(d) vertellen is een echte kunst. Het is jammer dat ik haar naam niet kon achterhalen, maar een van onze beste verhalenvertellers ontmoette ik zondagmiddag in Slot Loevestein. Daar werd, op een byzonder indrukwekkende manier die zowel ouder als kind boeide, het verhaal verteld van Hugo de Groot. De Groot, die onder andere De iure belli ac pacis (Over het recht van oorlog en vrede) schreef. De gids nam ons in haar verhaal helemaal mee. Via de kist, het Hugo-de-Groot-Poortje op de Grote Markt in Gorinchem, moest ik denken aan de recente ontwikkelingen in Korea.

En gisterenavond… vertaalde ik het bekende gedicht van Leo Vroman. Zijn dichtregel ‘Kom vanavond met verhalen’ moet volgens mij niet alleen als hartenkreet worden gezien, maar ook als opdracht. Zonder gedeelde geschiedenis geen gedeelde toekomst. We moeten de verhalen blijven vertellen, blijven(d) delen.

Vriendelijkheid

Als er iets is waar we nooit genoeg van hebben in deze wereld, is dat geen geld, maar vriendelijkheid. Het is gratis, je kunt het geven en je maakt er mensen heel erg blij mee. In Nederland zijn we zelfs met vriendelijkheid nog zuinig vind ik.

Onlangs waren we op familie-bezoek in Indonesie; op het Paradijs van Java. Wat een prachtig land; de natuur, cultuur en vooral de mensen… dat vonden wij niet normaal, nee, dat vonden wij héél byzonderrr.

Gedurende ons verblijf zagen we werkelijk niemand die ook maar enigszins geïrriteerd was. Niet op het vliegveld, niet in restaurants, niet in het verkeer. Iedereen was vriendelijk. Daar is het écht normaal om elkaar te helpen en in elkaars waarde te laten. Iedereen zorgt er voor elkaar. Geen uitkeringen of verzekeringen, je doet gewoon wat je kunt voor zowel jezelf als de ander. Je stelt je niet aan, je zorgt en deelt. Een bakje rijst bij de poort zetten voor degene die t wat minder hebben? Elkaar de paraplu boven het hoofd steken als er een regenbuitje valt? Iemand voor laten gaan? Helpen met communicatie vanwege t taalverschil? Elkaar helpen met parkeren of wat ook? Daar is dat: niet byzonder, maar héél normaal!

Een Javaan legde ons uit: “Iedereen verdient een vriendelijke behandeling, zo maakt het niet uit wie of hoe iemand is, waar iemand vandaan komt of hoe iemand eruit ziet. En als je toch onverhoopt minder aardige woorden in je mond proeft, dan hoef je ze nog niet uit te spugen!”

Filosoof en psychotherapeut Ferrucci schreef ooit: Vriendelijkheid is de meest economische houding die er is. Je verspilt geen energie aan wantrouwen, zorgen, afkeer en manipulatie.

Terug in Nederland snapte ik ineens waarom we Hol-land ‘ons koude kikkerlandje’ noemen. Hollen, dringen bij de douane en bij de bagageband, oppassen dat niets wordt gestolen, bij het invoegen op de snelweg elkaar niet voorlaten, en als cadeau een vingertje (in plaats van mondhoeken) omhoog…

U wordt vriendelijk bedankt.

Going Dutch

(H)eerlijk

Ik kijk niet vaak televisie. Maar sommige programma’s kijken wel lekker weg. Even het verstand op nul, voor het slapen gaan, of tijdens een snelle hap. Zo zag ik onlangs het programma First Dates. Wij mensen communiceren vooral non-verbaal en dat is bij het concept van First Dates zichtbaar en werkelijk om van te smullen. Eerlijke televisie. Het eten zelf lijkt daar van ondergeschikt belang ondanks dat er altijd samen gegeten wordt. Hoe is de eerste blik? Hoe groot is de kans dat dit een match is? Leuk om mee te leven, te voorspellen en stil te staan bij ongemakkelijke stiltes… Ik kijk het liefst naar de Nederlandse variant. Het voelt dichter bij huis en is daardoor lekker herkenbaar.

Ik was recent op familie-bezoek in Indonesië. Ook daar was het communiceren via handen en voeten (denk ik als gebarentolk ein-de-lijk vakantie te hebben …)  Ik had de kans om met locals op pad te gaan. Voorbij het toerisme; het was werkelijk fantastisch. We lachten samen, bezochten de prachtigstee plekken én we aten samen. Zo’n vier keer per dag. De Indonesische keuken is fenomenaal. Nergens ter wereld heb ik zo lekker gegeten. Smullen met een grote S. Het afrekenen in restaurants was soms echter wel een buikpijn-momentje. Ik wilde zo graag betalen. Ik wilde bedanken, middels trakteren. Zij wilden gastvrij zijn, middels trakteren. We wilden allemaal trakteren! De locals genoten, betaalden of bedankten me allerhartelijkst. Heerlijk, eerlijk. En sowieso altijd met een vriendelijk gezicht.

Eenmaal terug in Nederland had ik tijd nodig om weer te landen. Andere mensen, verplichtingen en ‘to do – lijsten’. Ik keek dit keer naar de Engelse First Dates. Er moest betaald worden door de kandidaten. Altijd boeiend: betaald de man voor de vrouw? Wat als het twee vrouwen of mannen zijn? Hoe gaat dan de besluitvorming? Tot mijn verbazing hoorde ik (voor het eerst) de term: ‘Going Dutch’. De term voor het splitsen van de rekening (!). Typisch Hollands.

1 april

1 april

In Duitsland heet het Narrendag, in de VS noemen ze het April Fools’ Day, de Fransen hebben het over April Vis en in Rusland heet het de Dag van de Dommerik. In Nederland houden we het gewoon op ‘1 april’. Een dag waarop je anderen via een practical joke, een hoax of een (flauwe) grap goedmoedig in de maling neemt.

Veel Nederlanders denken dat de oorsprong van deze grappendag te maken heeft met de strijd tegen de Spanjaarden in de Tachtigjarige oorlog: Op 1 april verloor Alva Den Briel.

Een andere gangbare theorie over de oorsprong van ‘1 april’ ligt bij de invoering van de Gregoriaanse waardoor nieuwjaar werd verplaatst naar 1 januari. Tot die tijd werd oud en nieuw gevierd tussen 25 maart en 1 april. Mensen die nieuwjaar op 1 april bleven vieren, werden in de maling genomen.

Echter: 1 april als grappendag is al veel ouder. Een grappendag rond 1 april voert ons uiteindelijk terug tot de Romeinen. Zij vierden ieder jaar het Hilaria-festival, waarbij mensen verkleed rondliepen en ‘hilarische’ grappen uithaalden met andere mensen.

De laatste decennia echter wordt 1 april door steeds meer media aangegrepen om mensen om de tuin te leiden. Ook op de redactie van het AD komen dan heel wat merkwaardige persberichten binnen. Ik ben blij dat het niet aan mij ter beoordeling is, je zult maar ‘nep-nieuws’ moeten onderscheiden van echt nieuws. Nou ja, nep-nieuws is ook nieuws.

Ik zelf ben dol op goeie 1 april grappen. Maar niet op slechte kantoorhumor, zogenaamd losse veters, groenkleurige amfibieën die plots op duistere plekken verkeren….  Zeer merkwaardig vind ik dat literaire wonderrijmpje ‘’1 april kikker in je bil’’. Ik vraag me al jaren af hoe deze onsuccesvolle zwemmertjes daar verzeild komen. Je zou zeggen dat je hem door zijn kwaakblaas toch wel hoort?  Daarbij: het is volgens mij zijn natuurlijke leefomgeving helemaal niet?!

Ik wil u waarschuwen. Kijk morgen extra uit. De leugen ligt op de loer. Trek vooral sandalen aan, kijk uit voor mensen zonder humor maar met verveling en vooral: kijk uit voor kikkers.

Diefstal

Een uur voordat de deuren werden geopend verzamelden de eerste kopers zich al bij het dorpshuis. Tientallen vrijwilligers waren die dag en de nacht in touw geweest voor de Schelluinse antiek- rommelmarkt. De opbrengst kwam geheel ten goede aan de kinderen van OBS Het Tweespan.

Vanuit de gehele regio hadden koopjesjagers zich verzameld. Zichtbaar kwamen sommigen van verder. De deur vloog om 9uur met een klap open. Mensen struikelden over elkaar heen en wisten niet hoe snel ze hun tassen moesten vullen. De Dwaze Dagen? Sommigen waren er zo druk mee, dat ze zelfs vergaten af te rekenen.

Natuurlijk is dit geen brutale diefstal. Om te zeggen dat ik letterlijk van mijn waarde was ontdaan, is overdreven, maar verontwaardigd was ik wel. Alles ging echt voor een prikkie weg! Zelfs kon je een bananendoos voor 5 euro kopen en die vullen zo vol als de deurposten het toelieten.

Een aantal boefjes heb ik op de foto gezet. Omdat ze mijn hart hadden gestolen. Het mannetje dat zo verliefd was op de drie waterkokers, dat ie denk ik zo gauw mogelijk weg wilde om ze thuis te tonen. Ik fotografeerde die kwetsbaar ogende, bleke jongedame die een paar mooie glaasjes niet kon laten staan. Of de flamboyante getinte vrouw die blijkbaar twee strijkijzers niet kon betalen. Als u dat eerlijk tegen me had gezegd, dan had ik over mijn zwarte hart gestreken. Op z’n minst had ik de prijs gehalveerd naar 1 euro per stuk.

Ik snap het ergens ook wel. Ook ik heb een periode gekend dat ik ieder dubbeltje moest afwegen. Geld, uitstapjes maar zelfs ook kilo’s en vrienden verdwijnen dan als sneeuw voor de zon. Dat laatste raakt dieper dan dat je niet eens geld had voor een vest of jas.  Het zijn tenslotte maar spullen. En blijkbaar alles wat je bezit, kan je verliezen.

Maar deze spullen waren door anderen geschonken, met als doel een mooi geldbedrag bij elkaar te sprokkelen voor bijvoorbeeld de kinderen waarvan de ouders geen schoolreisjes of sinterklaaskadootje kunnen betalen. Strijk dat maar eens glad.

Load More