gebarentolk

Vrijheid

Op 5 mei vieren we dat we in 1945 bevrijd zijn van de Duitse bezetting in Europa en de Japanse bezetting in Azië. Vrijheid! We vieren dat we sindsdien in het Koninkrijk der Nederlanden vrij zijn van oorlog en onderdrukking. Daarnaast is 5 mei ook een dag om ons te bezinnen op het belang van vrijheid en om ons te realiseren dat vrijheid kwetsbaar is.

Voor deze vrijheid hebben velen gevochten en zelfs hun leven gegeven. Het einde van de Tweede Wereldoorlog betekende echter niet dat er een einde kwam aan oorlog in de wereld. Nog dagelijks lijden mensen onder gewapende conflicten en de schending van mensenrechten. Op veel plaatsen ter wereld moeten mensen dagelijks vechten voor hun bestaan. 5 mei is daarom ook de dag waarop we ons bezinnen op onvrijheid elders in de wereld.

Bijna steevast tolk ik op dit soort dagen bijbehorende indrukwekkende bijeenkomsten. Keer op keer word ik geraakt door de verhalen die ik mag vertalen. Persoonlijke verhalen maken de geschiedenis aanraakbaar, het abstracte invoelbaar. Deze verhalen moeten worden doorverteld. En verhalen zijn er, je zou er boekenkisten mee kunnen vullen.

Maar verhalen(d) vertellen is een echte kunst. Het is jammer dat ik haar naam niet kon achterhalen, maar een van onze beste verhalenvertellers ontmoette ik zondagmiddag in Slot Loevestein. Daar werd, op een byzonder indrukwekkende manier die zowel ouder als kind boeide, het verhaal verteld van Hugo de Groot. De Groot, die onder andere De iure belli ac pacis (Over het recht van oorlog en vrede) schreef. De gids nam ons in haar verhaal helemaal mee. Via de kist, het Hugo-de-Groot-Poortje op de Grote Markt in Gorinchem, moest ik denken aan de recente ontwikkelingen in Korea.

En gisterenavond… vertaalde ik het bekende gedicht van Leo Vroman. Zijn dichtregel ‘Kom vanavond met verhalen’ moet volgens mij niet alleen als hartenkreet worden gezien, maar ook als opdracht. Zonder gedeelde geschiedenis geen gedeelde toekomst. We moeten de verhalen blijven vertellen, blijven(d) delen.

Vriendelijkheid

Als er iets is waar we nooit genoeg van hebben in deze wereld, is dat geen geld, maar vriendelijkheid. Het is gratis, je kunt het geven en je maakt er mensen heel erg blij mee. In Nederland zijn we zelfs met vriendelijkheid nog zuinig vind ik.

Onlangs waren we op familie-bezoek in Indonesie; op het Paradijs van Java. Wat een prachtig land; de natuur, cultuur en vooral de mensen… dat vonden wij niet normaal, nee, dat vonden wij héél byzonderrr.

Gedurende ons verblijf zagen we werkelijk niemand die ook maar enigszins geïrriteerd was. Niet op het vliegveld, niet in restaurants, niet in het verkeer. Iedereen was vriendelijk. Daar is het écht normaal om elkaar te helpen en in elkaars waarde te laten. Iedereen zorgt er voor elkaar. Geen uitkeringen of verzekeringen, je doet gewoon wat je kunt voor zowel jezelf als de ander. Je stelt je niet aan, je zorgt en deelt. Een bakje rijst bij de poort zetten voor degene die t wat minder hebben? Elkaar de paraplu boven het hoofd steken als er een regenbuitje valt? Iemand voor laten gaan? Helpen met communicatie vanwege t taalverschil? Elkaar helpen met parkeren of wat ook? Daar is dat: niet byzonder, maar héél normaal!

Een Javaan legde ons uit: “Iedereen verdient een vriendelijke behandeling, zo maakt het niet uit wie of hoe iemand is, waar iemand vandaan komt of hoe iemand eruit ziet. En als je toch onverhoopt minder aardige woorden in je mond proeft, dan hoef je ze nog niet uit te spugen!”

Filosoof en psychotherapeut Ferrucci schreef ooit: Vriendelijkheid is de meest economische houding die er is. Je verspilt geen energie aan wantrouwen, zorgen, afkeer en manipulatie.

Terug in Nederland snapte ik ineens waarom we Hol-land ‘ons koude kikkerlandje’ noemen. Hollen, dringen bij de douane en bij de bagageband, oppassen dat niets wordt gestolen, bij het invoegen op de snelweg elkaar niet voorlaten, en als cadeau een vingertje (in plaats van mondhoeken) omhoog…

U wordt vriendelijk bedankt.

Going Dutch

(H)eerlijk

Ik kijk niet vaak televisie. Maar sommige programma’s kijken wel lekker weg. Even het verstand op nul, voor het slapen gaan, of tijdens een snelle hap. Zo zag ik onlangs het programma First Dates. Wij mensen communiceren vooral non-verbaal en dat is bij het concept van First Dates zichtbaar en werkelijk om van te smullen. Eerlijke televisie. Het eten zelf lijkt daar van ondergeschikt belang ondanks dat er altijd samen gegeten wordt. Hoe is de eerste blik? Hoe groot is de kans dat dit een match is? Leuk om mee te leven, te voorspellen en stil te staan bij ongemakkelijke stiltes… Ik kijk het liefst naar de Nederlandse variant. Het voelt dichter bij huis en is daardoor lekker herkenbaar.

Ik was recent op familie-bezoek in Indonesië. Ook daar was het communiceren via handen en voeten (denk ik als gebarentolk ein-de-lijk vakantie te hebben …)  Ik had de kans om met locals op pad te gaan. Voorbij het toerisme; het was werkelijk fantastisch. We lachten samen, bezochten de prachtigstee plekken én we aten samen. Zo’n vier keer per dag. De Indonesische keuken is fenomenaal. Nergens ter wereld heb ik zo lekker gegeten. Smullen met een grote S. Het afrekenen in restaurants was soms echter wel een buikpijn-momentje. Ik wilde zo graag betalen. Ik wilde bedanken, middels trakteren. Zij wilden gastvrij zijn, middels trakteren. We wilden allemaal trakteren! De locals genoten, betaalden of bedankten me allerhartelijkst. Heerlijk, eerlijk. En sowieso altijd met een vriendelijk gezicht.

Eenmaal terug in Nederland had ik tijd nodig om weer te landen. Andere mensen, verplichtingen en ‘to do – lijsten’. Ik keek dit keer naar de Engelse First Dates. Er moest betaald worden door de kandidaten. Altijd boeiend: betaald de man voor de vrouw? Wat als het twee vrouwen of mannen zijn? Hoe gaat dan de besluitvorming? Tot mijn verbazing hoorde ik (voor het eerst) de term: ‘Going Dutch’. De term voor het splitsen van de rekening (!). Typisch Hollands.

1 april

1 april

In Duitsland heet het Narrendag, in de VS noemen ze het April Fools’ Day, de Fransen hebben het over April Vis en in Rusland heet het de Dag van de Dommerik. In Nederland houden we het gewoon op ‘1 april’. Een dag waarop je anderen via een practical joke, een hoax of een (flauwe) grap goedmoedig in de maling neemt.

Veel Nederlanders denken dat de oorsprong van deze grappendag te maken heeft met de strijd tegen de Spanjaarden in de Tachtigjarige oorlog: Op 1 april verloor Alva Den Briel.

Een andere gangbare theorie over de oorsprong van ‘1 april’ ligt bij de invoering van de Gregoriaanse waardoor nieuwjaar werd verplaatst naar 1 januari. Tot die tijd werd oud en nieuw gevierd tussen 25 maart en 1 april. Mensen die nieuwjaar op 1 april bleven vieren, werden in de maling genomen.

Echter: 1 april als grappendag is al veel ouder. Een grappendag rond 1 april voert ons uiteindelijk terug tot de Romeinen. Zij vierden ieder jaar het Hilaria-festival, waarbij mensen verkleed rondliepen en ‘hilarische’ grappen uithaalden met andere mensen.

De laatste decennia echter wordt 1 april door steeds meer media aangegrepen om mensen om de tuin te leiden. Ook op de redactie van het AD komen dan heel wat merkwaardige persberichten binnen. Ik ben blij dat het niet aan mij ter beoordeling is, je zult maar ‘nep-nieuws’ moeten onderscheiden van echt nieuws. Nou ja, nep-nieuws is ook nieuws.

Ik zelf ben dol op goeie 1 april grappen. Maar niet op slechte kantoorhumor, zogenaamd losse veters, groenkleurige amfibieën die plots op duistere plekken verkeren….  Zeer merkwaardig vind ik dat literaire wonderrijmpje ‘’1 april kikker in je bil’’. Ik vraag me al jaren af hoe deze onsuccesvolle zwemmertjes daar verzeild komen. Je zou zeggen dat je hem door zijn kwaakblaas toch wel hoort?  Daarbij: het is volgens mij zijn natuurlijke leefomgeving helemaal niet?!

Ik wil u waarschuwen. Kijk morgen extra uit. De leugen ligt op de loer. Trek vooral sandalen aan, kijk uit voor mensen zonder humor maar met verveling en vooral: kijk uit voor kikkers.

Diefstal

Een uur voordat de deuren werden geopend verzamelden de eerste kopers zich al bij het dorpshuis. Tientallen vrijwilligers waren die dag en de nacht in touw geweest voor de Schelluinse antiek- rommelmarkt. De opbrengst kwam geheel ten goede aan de kinderen van OBS Het Tweespan.

Vanuit de gehele regio hadden koopjesjagers zich verzameld. Zichtbaar kwamen sommigen van verder. De deur vloog om 9uur met een klap open. Mensen struikelden over elkaar heen en wisten niet hoe snel ze hun tassen moesten vullen. De Dwaze Dagen? Sommigen waren er zo druk mee, dat ze zelfs vergaten af te rekenen.

Natuurlijk is dit geen brutale diefstal. Om te zeggen dat ik letterlijk van mijn waarde was ontdaan, is overdreven, maar verontwaardigd was ik wel. Alles ging echt voor een prikkie weg! Zelfs kon je een bananendoos voor 5 euro kopen en die vullen zo vol als de deurposten het toelieten.

Een aantal boefjes heb ik op de foto gezet. Omdat ze mijn hart hadden gestolen. Het mannetje dat zo verliefd was op de drie waterkokers, dat ie denk ik zo gauw mogelijk weg wilde om ze thuis te tonen. Ik fotografeerde die kwetsbaar ogende, bleke jongedame die een paar mooie glaasjes niet kon laten staan. Of de flamboyante getinte vrouw die blijkbaar twee strijkijzers niet kon betalen. Als u dat eerlijk tegen me had gezegd, dan had ik over mijn zwarte hart gestreken. Op z’n minst had ik de prijs gehalveerd naar 1 euro per stuk.

Ik snap het ergens ook wel. Ook ik heb een periode gekend dat ik ieder dubbeltje moest afwegen. Geld, uitstapjes maar zelfs ook kilo’s en vrienden verdwijnen dan als sneeuw voor de zon. Dat laatste raakt dieper dan dat je niet eens geld had voor een vest of jas.  Het zijn tenslotte maar spullen. En blijkbaar alles wat je bezit, kan je verliezen.

Maar deze spullen waren door anderen geschonken, met als doel een mooi geldbedrag bij elkaar te sprokkelen voor bijvoorbeeld de kinderen waarvan de ouders geen schoolreisjes of sinterklaaskadootje kunnen betalen. Strijk dat maar eens glad.

Leuk is niet leuk

Voordat ik gebarentolk werd, werkte ik als psychotherapeut. Tussendoor deed ik een opleiding tot coach en communicatietrainer. Die opleidingen hebben me veel geleerd. Wat ik voel, denk, en hoe ik dat onder woorden zou moeten brengen. Hoe ik met passende overtuiging dingen kan zeggen of vertalen. Maar ook hoe je met veel omhaal heel erg veel kunt zeggen terwijl je inhoudelijk eigenlijk niks zegt.  In de praktijk is het er veelal juist niet makkelijker op geworden. Ik onthield bijvoorbeeld van een van mijn docenten dat je niet zomaar kan zeggen: “Ik vond het leuk.” Want, zo zei ze: “‘Leuk’ betekent niks.” ‘Leuk’ was dus fout.

Synoniemen noemen werd voor mij een sport. In plaats van ‘leuk’ werden dingen aangenaam, amusant, dolletjes, enig, gezellig, geinig, grappig, lollig, mieters, moppig, olijk, plezierig, vrolijk, prettig, tof of vermakelijk. Met als gevolg dat ik geen idee meer had wat ik nou eigenlijk vond.

Steeds weer wilde ik kunnen uitleggen waarom ik iets waardeerde (of niet). Altijd lag ‘leuk’ op het puntje van m’n tong. Met veel moeite deed ik pogingen om ‘leuk’ in m’n hoofd te vervangen door een woord met méér inhoud, om anderen maar tevreden te stellen. Het bedenken duurde steeds langer. Zolang…. dat mijn beurt alweer voorbij was.

Inmiddels ben ik vooral werkzaam als gebarentolk en trainer. Maar de opmerking van die docent ben ik nog steeds niet vergeten. Steeds weer word ik geconfronteerd met ‘leuk’. Ik doe mijn best om mijn mening te beargumenteren. Ik probeer door te vragen: “Waarom vind je het leuk? Wat bedoel je met leuk?” Ik kom er soms niet eens meer uit. Wat vind ik nou eigenlijk, waarom, en hoe zeg je dat. Eigenlijk is ‘leuk’ hierdoor niet meer leuk. ‘Leuk’ heeft afgedaan, want nooit meer is ‘leuk’ genoeg. Nooit meer is ‘leuk’ zomaar leuk.

Ik besprak het een tijd terug met mijn kinderen. “Leuk is gewoon als je iets op facebook zou liken”. Helemaal tof. Tot een doof kindje me vorige week vroeg waarom en wanneer horenden nou precies  ‘doodleuk’ en ‘leuk hoor’ zeggen. Nu was ík met stomheid geslagen….

NL-doet

9 en 10 maart NL-doet

Vandaag is de grootste vrijwilligersactie van Nederland. Vorig jaar deden er ruim 350 duizend vrijwilligers mee!

Vrijwilliger… Ik heb er altijd een beetje moeite mee. Niet met ‘t werk of de vrijwilliger zelf, maar met het woord!  In mijn beleving impliceert ‘vrijwilliger’ alsof al het andere werk onvrijwillig zou zijn. Het klinkt ook alsof je werk verzet wat eigenlijk niemand wil doen. Alsof je je een beetje opoffert? Terwijl een vrijwilliger volgens mij eerder een soort volwassen versie van een goede fee is!

Vrijwilligers; ik zoek nog naar een beter woord, zijn er volgens mij veel, maar nog altijd veel te weinig. Wat nou als alle vrijwilligers zouden gaan staken?

Dus; hoe zouden we meer ‘vrijwilligers’ kunnen ritselen? Ik denk dat het, om te beginnen, al erg zou helpen als de werkzaamheden wat flexibeler en persoonlijker zouden zijn. Dat je als vrijwilliger wordt gewaardeerd en het gevoel krijgt dat de mogelijkheden die je hebt optimaal worden benut (en niet uitgebuit). Dat je het gevoel krijgt ergens bij te horen en ook je steentje bij hebt kunnen of mogen dragen.

Bereidwillig is volgens mij bijna iedereen, maar wekelijks op móeten komen draven, of werk doen wat je in wezen niet ligt…  daar wordt niemand beter van. Kijk, ik stond ook niet echt te springen om enige luizenvader op school te worden. Ik ben dit jaar maar vrijwillig in de bibliotheek gaan zitten. Gaap. Maar toen ze me vroegen of ik volgende week veiligmeester op de Schelluinse antiek (rommel)markt wilde zijn… toen kon ik geen nee zeggen. Eenmaal… andermaal…!

Anderen sjouwen zich vandaag vrijwillig een bult met alle aan de straat gezette spulletjes. Weer anderen hadden zich een ander lot aangetrokken: in weer en wind lootjes verkopen. En dan zijn er straks nog een aantal oliebollen die vrijwilligers willen bakken.

Er is nog zoveel te doen! Kijk vandaag eens op de website van NL-doet. Zie je daar niks passends? Wend je tot mij! Ik zoek nog een vrijwilliger die helpt met column-opzetjes, administratie, boodschappen, was en strijk. Heb nog wat klusjes in huis en tuin,… noem maar op. Wedden dat ook jij je medemens intens gelukkig kunt maken?

Laat Bloemen uw tolk zijn

Een oud spreekwoord luidt: laat Bloemen uw tolk zijn.

 

AD-columnist Sebastiaan Boogaard op het podium met Karin Bloemen

IMG 0463 1024x421 Laat Bloemen uw tolk zijn

Gebarentolk Sebastiaan Boogaard (37) uit de Alblasserwaard staat komende vrijdag op het podium in Kunstmin. Hij vertolkt daar de show van cabaretière Karin Bloemen.

Boogaard is sinds 2009 gebarentolk. Hij wordt onder meer ingehuurd om mee te gaan naar doktersbezoeken, vergaderingen of congressen. Een tijdlang zorgde hij er als tolk voor dat doven ook het NOS Journaal konden volgen. Inmiddels staat hij ook af en toe in het theater om voorstellingen te vertolken. ,,Soms komen dit soort uitdagingen op mijn pad.’’ Boogaard is naast gebarentolk ook trouwambtenaar en schrijft columns voor AD Rivierenland.

Komende vrijdag staat de gebarentolk op het podium naast cabaretière Karin Bloemen. Op de eerste rijen zijn ongeveer honderd stoelen gereserveerd voor dove mensen. Dat vindt Boogaard een hele eer. ,,Ik heb de taal geleerd van mensen die doof zijn. Nu is de cirkel een soort van rond. Ik kan een klein steentje bijdragen, iets terug doen voor die mensen.’’

Hoe ben je in contact gekomen met Karin Bloemen?
,,Enkele jaren geleden ben ik in contact gekomen met een doof stel dat naar het theater wilde. Toen heb ik contact opgenomen met het impresariaat van Karin Bloemen en zij zei: ‘kom dan op het podium staan’. Dat heb ik toen gedaan en het jaar erop vroeg ze of ik het wilde herhalen.’’

Wat is er anders aan deze voorstelling dan de vorige?
,,Bij de vorige vertaalde ik haar op het podium, maar nu is gebarentaal echt onderdeel van de show van Karin. Ze doet zelf ook een nummer met gebarentaal. Dat is echt uniek, ze heeft er ook zo gigantisch hard voor getraind om dit voor elkaar te krijgen. Zeker een half jaar geleden zijn we al gestart met oefenen.’’

Je was ook jarenlang tolk voor het NOS Journaal. Wat is het verschil? 
,,Bij het journaal is het ook moeilijk om te doen, maar dit is op een heel andere manier moeilijk. Tijdens zo’n theatershow sta ik tweeënhalf uur met mijn armen te zwaaien. Er is muziek en er zitten grappen en woordgrappen in.’’

Wat hoop je hiermee te bereiken?
,,Het mooiste zou zijn als theaters een aantal shows standaard laten vertalen. Dan horen doven er ook meer bij. Mensen die doof zijn, zijn namelijk helemaal niet beperkt wanneer de mensen om zich heen gebarentaal kunnen.’’

Met welke artiest wil je nog ooit op het podium staan?
,,Ik weet dat er dove mensen zijn die heel graag naar Claudia de Breij of Richard Groenendijk willen. Dat zou ik zelf ook leuk vinden. Ik ben zeker bereid om daar over na te denken, maar wil nu eerst vrijdag afwachten.’’

 

Perspectief

Vandaag, 28 januari, werd in 1917 de derde Elfstedentocht gereden. Grote namen die bij de tweede Elfstedentocht al hoge ogen gooiden, waren er ook nu weer bij: Coen de Koning, Gerlof van der Leij, Jan Ferwerda, Sjoerd Swierstra en anderen.

Nu, 101 jaar later, werd deze week bijvoorbeeld de zachtste 24 januari ooit gemeten. Wat een enorm verschil met toen! Niet eerder sinds het begin van de metingen in 1901 was het op deze dag zo warm. Had men destijds aan de rijders gevraagd hoe de wereld eruit zou zien over honderd jaar; dan denk ik niet dan ze dit hadden genoemd. Wat is er ongelooflijk veel veranderd in een eeuw tijd! Werkelijk op alle gebied heeft de tijd (letterlijk en figuurlijk) niet stilgestaan.

Hoe denkt u dat de wereld eruit zal zien over een eeuw?  In deze tijd vliegen toekomstvoorspellingen ons via de media om de oren. Over voetbal, over showbizz-relaties, de olieprijs enzovoorts. Zijn we verslaafd geraakt aan grip en voorspellingen? Maar zelfs mensen die van voorspellingen hun beroep hebben gemaakt blijken er bedroevend slecht in. Voor een paar euro kun je met een telefoontje via de landelijke televisie door deze wijze dames en heren je toekomst laten ‘lezen’.  Als je echter allerlei toekomstvoorspellingen plakt op een groot dartbord, vervolgens een chimpansee een dartpijltje geeft, is de kans even groot dat hij even goede ‘voorspellingen’ doet.  En eh…dan moet je die chimpansee nog wel eerst effetjes leren darten.

Blijkbaar hebben mensen er een hekel aan dat we niet weten hoe de toekomst eruit ziet. We kunnen slecht tegen onzekerheid. We denken alles te willen weten, tot we het weten. Zo was ik deze week in Hoogeveen. Mijn trouwe reismaat (van collega tot vriendin) kreeg bijvoorbeeld deze week haar uitslag. Ik was erbij toen de arts het vonnis uitsprak; alvleesklierkanker met uitzaaiingen in de lever. Ik vroeg me af of we wel hadden willen weten wat het toekomstperspectief is. Soms is het beter niet te weten wat je toch niet wist.

Beperkt

Doofgeboren, al oma, maar toch moest zij voor haar verzekering wederom een audiogram laten maken. Die beperking van beleidsmakers soms! In het Albert Schweitzer-ziekenhuis in Sliedrecht fronsten de arts en medisch secretaresse ook hun wenkbrauwen, met een mimiek waar menig gebarentolk jaloers op is.

Daar waar de audio-metrist en ik met onze vingers in onze oren zaten, bleek de vrouw nog altijd niets te horen. “Dover kan niet”.  Iemand in uniform wenste haar sterkte. Hoe goed bedoeld, maar t bleek tegen dovenmansoren gezegd. “…Sterkte?”  Ik merk het wel vaker. In de oren van sommige medici en technici klinkt doofheid als een beperking. Vanuit hun perceptie: oplossen, repareren! Terwijl doof-zijn veel vaker een culturele identiteit betreft. Een identiteit waar je trots op kunt zijn!  80% van de dove jonge kinderen krijgen tegenwoordig een Cochleair Implantaat. Pijnlijk als dit onbewust de boodschap bevat: “Nu hóór je er weer bij”.  Terwijl in een gebarende omgeving doven geenszins beperkt zijn!

“Wij” horen tussen de 0 en 120 hertz. Die 0 hertz is vergelijkbaar met een mug op een weegschaal. 120 hertz is dan te vergelijken met maar liefst 1000 walvissen op diezelfde schaal.  Met een CI hoor je ongeveer een paard qua gewicht. Ook met CI ben je in wezen nog doof.

Een bijzonder (en) begaafd KNO-arts stelde: “Waarom kunnen poezen over een schutting lopen en mensen niet? Poezen hebben een staart, zijn geoefend. In de ogen van de poes zijn mensen beperkt. Maar mis jij een staart? Waarom zou je? Waarom zou een doof iemand dan wél een CI nemen? Een CI is een hulp- en geen redmiddel. De kosten van een CI bedraagt circa € 70.000,-. Een gebarencursus, zoals bijvoorbeeld Rose Lindenhof deze in onze regio aanbiedt? Zo’n 200 euro… Met een opsomming van de voordelen van gebarentaal kan ik de krant vullen. Maar helaas, de ruimte is beperkt. Afgelopen week startte Rosé met Arie Slob in Noordeloos een cursus gebarentaal voor algemeen belangstellenden. Het enthousiasme van de deelnemers, af te lezen aan hun mimiek en lichaamshouding, is niet in woorden uit te drukken.

Load More